e afkorting
FIP staat voor Feline Infectieuze Peritonitis bedoeld. Daarmee wordt aangegeven
dat het een infectieziekte van de kat is waarbij het buikvlies (peritoneum)
ontstoken raakt.
Wat is FIP
IP wordt
veroorzaakt door een virus, het coronavirus. Het grootste deel van de katten wordt
op jonge leeftijd al besmet met een coronavirus. Dit leidt bijna nooit tot ziekteverschijnselen.
Bij een enkele kat verandert het coronavirus zichzelf in een kwaadaardige variant.
De afweer van de kat is daar niet op berekend en slaat op hol. Zo'n reactie leidt
uiteindelijk tot het ontstaan FIP. Het duurt dan vaak lang voordat de kat echt
ziek wordt. Uiteindelijk sterft het dier aan de gevolgen van de ziekte. Er bestaat
nog geen behandeling voor FIP.
Verspreiding
en kat wordt
met een coronavirus besmet door contact met andere katten die het virus bij zich
dragen. Dat kan via mond of neus of via verontreinigde oppervlakken. De meeste
schoonmaakmiddelen werken afdoende tegen het virus. Katten waarbij het virus zichzelf
al veranderd heeft, geven dat virus niet door. Dat betekent dat katten met FIP
niet besmettelijk zijn voor andere katten.
Ziektegevallen van FIP komen nogal eens voor in catteries of asiels of bij
katten die daar vandaan komen. Een enkele keer komt het ook voor bij volwassen
katten in een particulier huishouden.
Ziekte-verschijnselen
atten met FIP worden onderverdeeld in twee groepen, katten met de natte vorm
en katten met de droge vorm. Wat ze gemeen hebben is dat de katten in eerste
instantie wisselende klachten hebben: koorts, sloomheid en vermageren worden
vaak genoemd. Dieren met de natte vorm krijgen veelal een dikke buik die met
dradentrekkend vocht gevuld is. Bij dieren met de droge vorm is het veel moeilijker
te zien. Soms vertonen ze hersenverschijnselen, maar vaak blijft het beperkt
tot vage gezondheidsklachten.
Diagnose
r is op dit
moment nog geen test beschikbaar waarmee FIP kan worden aangetoond. Alleen bij
dieren met de natte vorm van FIP kan de ziekte met zekerheid worden vastgesteld.
Bij dieren met de droge vorm of dieren die in het beginstadium van de ziekte zitten,
blijft het slechts bij een vermoeden. Wanneer het dier gestorven is kan een patholoog
vaststellen dat de kat FIP had.
Preventie in catteries
atten die
FIP hebben kunnen andere katten niet direct besmetten. Een nieuw ziektegeval ontstaat
door besmetting met een goedaardig coronavirus dat in de kat verandert in het
kwaadaardige FIP virus. Dit houdt in dat dieren, die nooit in aanraking zijn geweest
met het coronavirus, geen FIP kunnen krijgen. In de praktijk is dit ondoenlijk.
Kittens zouden dan gespeend moeten worden op 5 weken leeftijd, zodat de afweer
die ze van de moeder meekrijgen (de maternale immuniteit) nog niet is afgelopen.
Daarna zouden ze geheel geïsoleerd grootgebracht moeten worden.
Vaccinatie
r zijn in
het verleden al meerder vaccins tegen FIP ontwikkeld. Onderzoek naar dergelijke
vaccins toont echter aan dat de gevaccineerde dieren niet voldoende worden beschermd
tegen FIP. Bij sommige onderzoeken vond men zelfs dat gevaccineerde dieren een
hogere kans hadden om FIP te ontwikkelen. Op dit moment wordt het daarom afgeraden
om te vaccineren tegen FIP.