Blaasstenen

Bij de aandoening 'blaasgruis' (urolithiasis) is er sprake van kristal- en/of steenvorming in de blaas en de urinewegen van de hond. De kristallen en stenen kunnen uit verschillende mineralen bestaan. In de meeste gevallen bestaan ze uit struviet (ammonium magnesium fosfaat), soms uit calciumoxalaat en in zeldzame gevallen uit uraat of cystine. Blaasgruis kan optreden wanneer de urine oververzadigd is met de eerder genoemde mineralen. De pH-waarde (zuurgraad) van de urine is hierbij van belang, omdat deze de oplosbaarheid van de mineralen beïnvloedt.

Symptomen
De kristallen/stenen die ontstaan kunnen de blaaswand irriteren en een blaasontsteking veroorzaken, en ze kunnen tot een verstopping van de urinebuis leiden. De eerste tekenen die duiden op een ontsteking of een (gedeeltelijke) obstructie zijn: pollakiurie (frequent urineren), hematurie (bloed in de urine), pijn en persen bij het plassen. Wanneer de urinebuis volledig is verstopt, raakt de urinestroom geblokkeerd. Hierdoor raakt de blaas overvol en kunnen de nieren de afvalstoffen niet langer uit het lichaam verwijderen, waardoor er een ophoping ontstaat van deze stoffen in het lichaam. Dit uit zich in lusteloosheid, verlies van eetlust, braken en algehele malaise

Diagnose
De diagnostiek van 'blaasgruis' bestaat uit twee onderdelen. In eerste instantie moet vastgesteld worden of er daadwerkelijk sprake is van blaasgruis/-stenen, en de tweede stap is het vaststellen van het type steen, want zoals eerder vermeld kan er van verschillende typen stenen sprake zijn. Het is belangrijk om het onderscheid tussen de verschillende typen te maken, omdat ze ieder een aparte behandeling vragen. De diagnose 'blaasgruis' wordt gesteld aan de hand van de volgende maatstaven:

  • Klinische verschijnselen: De bovengenoemde klachten kunnen het vermoeden geven voor de diagnose 'blaasgruis', maar de klachten zijn algemeen en weinig specifiek, ze kunnen bij verschillende aandoeningen voorkomen. Om de definitieve diagnose te stellen, is verder onderzoek noodzakelijk.
  • Lichamelijk onderzoek: In sommige gevallen kan de dierenarts de stenen in de blaas voelen. Dit kan alleen als de stenen groot genoeg zijn.
  • Meting van de urine-pH: De urine-pH kan een indruk geven van het type steen. Struvietstenen komen voor in een basische urine (hoge pH), oxalaatstenen meestal in een zure urine (lage pH).
  • Microscopisch urine-onderzoek: Onder de microscoop kunnen eventueel aanwezige kristallen worden waargenomen. Aan de hand van het uiterlijk van de kristallen kan de dierenarts vaststellen van welk type 'blaasgruis' sprake is.
  • Röntgenonderzoek of echografisch onderzoek: De aanwezigheid en de locatie van de stenen is in veel gevallen vast te stellen door middel van een röntgenfoto of een echo.
  • Analyse van de steen: Om definitief vast te stellen van welk type steen er sprake is, kan de steen geanalyseerd worden. Er wordt dan in een laboratorium onderzocht uit welke mineralen de steen precies bestaat.

Behandeling
Wanneer de blaasstenen een volledige obstructie van de urinewegen veroorzaken, dienen deze stenen spoedig door de dierenarts verwijderd te worden waarvoor chirugie meestal noodzakelijk is. Daarna dient vastgesteld te worden van welk type blaasgruis sprake is, zodat er een specifiek behandelplan opgesteld kan worden. Veelal wordt de voeding aangepast om terugkeren van de blaasstenen te voorkomen.