Deel 19: Kreupel-groeipijn

Afgelopen week was het wereldcongres voor dierenartsen in Amsterdam, een bijzondere happening met veel internationale uitstekende sprekers. Iedereen van de kliniek, ook de assistentes, zijn er 2 dagen naar toe geweest om de laatste ontwikkelingen op ons gebied te horen en zien. Daarnaast is het ook altijd een prettig weerzien met collega's uit het hele land. Zelf had ik onlangs een lezing gegeven voor de Retriever club. Het onderwerp waren de nieuwe ontwikkelingen betreffende de kreupele jonge hond van de middelgrote tot grote rassen (rassen met een volwassen gewicht van > 25 kg) en wat een eigenaar met de voeding van zijn hond kan doen om de risico's zoveel mogelijk te beperken. Een verkorte versie in twee delen lijkt mij ook voor de lezers interessant.

De kreupele jonge hond

Jonge honden vanaf 4 maanden leeftijd van deze rassen kunnen last hebben van kreupelheid door (de 3 belangrijkste oorzaken) :

  • Groeipijnen (kreupel aan voor en/of achterpoten)
  • Elleboogdysplasie (kreupel aan voorpoten)
  • Heupdysplasie (kreupel aan achterpoten)

Groeipijnen

Dit is een aandoening van de botten van jonge honden van de grote rassen vanaf een leeftijd van 4 maanden. Hierbij groeien de bloedvaten groter dan de gaatjes in het bot waar deze bloedvaten doorheen moeten. Hierdoor treed stuwing op in de mergholte en onder het beenvlies. Doordat de spieren vasthechten op het beenvlies, treed pijnlijkheid bij het lopen op. De honden zijn vaak wisselend kreupel aan verschillende poten. De botten van de lange beenderen zijn pijnlijk als de dierenarts erop drukt met zijn/haar vingers. In een wat later stadium van de aandoening is deze zichtbaar op een röntgenfoto. Een van de oorzaken van het ontstaan van groeipijnen is een te veel aan Calcium in de voeding. De behandeling bestaat uit rust voor de hond, pijnstillers en aanpassing van de voeding. Hoe de voeding moet worden aangepast komt later nog ter sprake. Uiteindelijk groeit elke hond over zijn groeipijnen heen. Het gaat nl. over als het dier volwassen is. Echter sommige honden kunnen tot 2 jaar leeftijd af en toe last blijven houden.

Op zich is deze aandoening dus onschuldig, ware het niet dat er helaas nogal eens wordt gesproken over groeipijnen bij een jonge kreupele hond terwijl het dan géén groeipijnen zijn maar een veel ernstigere aandoening zoals bijvoorbeeld elleboogdysplasie. Deze honden met elleboogdysplasie worden dan veel te laat aangeboden ter onderzoek bij de dierenarts en dat is jammer. Voor deze volgende aandoening geld nl. dat hoe eerder je erbij bent hoe beter het dier geholpen kan worden

Elleboogdysplasie

Deze aandoening van de elleboog is pas de laatste 30 jaar bekend geworden. Omdat er lange tijd niet bewust naar is gekeken (men dacht bv. dat het groeipijnen waren !) kon deze afwijking van de ellebogen zich snel verspreiden onder de diverse rassen. Ik kan mij nog goed herinneren dat toen ik pas was afgestudeerd het mij al opviel dat er zoveel Labradors van middelbare leeftijd met totaal versleten ellebogen rond liepen. In mijn onschuld meende ik dat het aan het soms wat te enthousiaste, soms lompe gedrag van deze lieve honden lag. Tegenwoordig is elleboogdysplasie bekend als de belangrijkste oorzaak van kreupelheid bij de jonge hond. Bij Rottweilers komt de aandoening bij 50-70 % van de jonge honden voor. Bij Berner Sennenhonden is dat 40-60% en bij Labradors komt het bij 17% van de jonge honden voor. Indrukwekkende percentages waar de rasverenigingen niet om heen kunnen en hun maatregelen reeds voor hebben genomen.

Wat is elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie is een erfelijke ontwikkelingsstoornis in de elleboog die leidt tot pijnlijkheid, kreupelheid en arthrose (=vervroegde slijtage) van het gewricht.
De dysplasie ontstaat door een abnormale ontwikkeling van het gewrichtskraakbeen, hierbij kunnen losse stukjes in het gewricht ontstaan. Het is ook mogelijk dat het spaakbeen of de ellepijp onvoldoende meegroeien. Hierdoor ontstaat er een incongruentie in het gewricht waardoor abnormale spanningen en druk in het ellebooggewricht ontstaan. Dit laatste komt vooral regelmatig voor bij de Berner Sennenhond.
Er zijn 4 verschillende vormen waar ik niet teveel over zal uitweiden.

  • LPC: het los processus coronoideus
  • LPA: het los processus anconeus
  • OCD: osteochondritis dissecans
  • INC: incongruentie in het gewricht.

Het komt heel regelmatig voor dat er verschillende vormen in één gewricht aanwezig zijn en daarnaast kunnen beide ellebogen aangetast zijn.

De symptomen

De verschijnselen die waarneembaar zijn bij de jonge hond zijn voor alle 4 de vormen van ED (elleboogdysplasie) min of meer gelijk. De eerste symptomen treden op tussen 4-8 maanden leeftijd en kunnen wisselend aanwezig zijn. Er is kreupelheid van de aangetaste poot. Na rust kan er een stijfheid optreden bij de eerste passen na het opstaan.  Als beide ellebogen zijn aangetast kan het moeilijk zijn om de symptomen te onderkennen. De hond kan nu eenmaal niet op zijn achterpoten gaan lopen. Toch zal hij zijn ellebogen proberen te ontlasten door minder speels en actief te zijn dan leeftijdgenoten. Indien de aandoening bij de jonge hond niet wordt onderkend zal de hond na een aanvankelijke periode van wisselende kreupelheid weer redelijk normaal lopen op 1-2 jaar leeftijd. Wel zal opvallen dat de hond wat stijf opstaat nadat hij gespeeld of lang gewandeld heeft. Vanaf 4 jaar leeftijd zal door de toenemende arthrose de hond weer meer kreupel gaan lopen.

De diagnose

Elleboogdysplasie kan door middel van een röntgenfoto worden vastgesteld. LPA, OCD en INC zijn meestal goed zichtbaar op de röntgenfoto's. Een klein LPC kan moeilijk zichtbaar zijn. Het is dan verstandig om bij aanhoudende problemen na 2-3 maanden nogmaals röntgenfoto's te maken.
Hoe eerder de aandoening wordt vastgesteld en behandeld hoe beter de uiteindelijke prognose. Dat wil zeggen dat bij een jonge hond, die regelmatig met een voorpoot kreupel loopt, er niet te lang gewacht moet worden met het maken van een röntgenfoto van de elleboog.

De behandeling

Deze bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de losse stukjes in het gewricht of herstel van de incongruentie van de elleboog. Vanaf 7-8 maanden leeftijd kan de hond geopereerd worden. Als er al te veel arthrose (slijtage) is opgetreden, is een operatie niet zinvol meer en kan het dier alleen geholpen worden door een regelmatig leefpatroon, dat wil zeggen regelmatige beweging zonder overbelasting. Indien dat uiteindelijk ook onvoldoende effect heeft kunnen dagelijks pijnstillers gegeven worden. Dat geldt dan vooral voor die honden die moeizaam opstaan en eigenlijk niet graag meer wandelen. Deze honden kunnen enorm baat hebben bij de pijnstillers, ze worden veel levendiger en willen weer mee op stap. Tegenwoordig zijn er gelukkig pijnstillers (Metacam, Rimadyl) die ook bij langdurig gebruik door de hond, geen of weinig bijwerkingen hebben.

Hanneke Moorman.

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor