Deel 2: Belevenissen in de kliniek 2

Het is herfst. Een dik tapijt van bruin-oranje eikebladeren ligt op de straten. Er staat een fikse wind, die de bladeren geregeld alle kanten opblaast. Je kunt vegen wat je wilt, en hoewel de bladerenbakken steeds voller worden; het lijkt soms onbegonnen werk.

In Dierenkliniek "Brouwhuis" is het inmiddels middag geworden. Sinds het einde van de zomer wordt er op afspraak gewerkt. Hoewel een enkeling het ook wel gezellig vond om tijdens de spreekuren in een overvolle wachtkamer soms wel een uur te moeten wachten, is iedereen erg tevreden met de nieuwe manier van werken. Je maakt van te voren een telefonische afspraak op welke tijd je (meestal diezelfde dag nog) kunt komen. Over het algemeen kunnen de cliënten nu na een wachttijd van enkele minuten geholpen worden. Alleen als er een spoedgeval tussendoor komt kan het iets langer duren; dat gaat natuurlijk altijd voor. Ook de dieren stellen het schijnbaar op prijs: ze zijn veel meer relaxed als ze de behandelkamer ingaan.

Een mevrouw met een grote Deense Dog in de wachtkamer komt voor een controle. Er wordt opnieuw een E.C.G. gemaakt om te kunnen bepalen of de werking van zijn hart , nu hij op nieuwe medicijnen staat, voldoende is verbeterd. Job opent de deur van de spreekkamer en verzoekt het tweetal om binnen te komen.
Zodra hij de stem van Job hoort begint Zeus vriendelijk met zijn staart te zwaaien. Binnen heeft Ardy, de dierenartsassistente, de apparatuur waarmee het E.C.G. gemaakt wordt al opgesteld. Zeus krijgt van haar een aai over zijn kop voordat ze met hem aan de slag gaat. Ardy weet precies waar ze de draden met klemmetjes moet bevestigen en stelt de apparatuur in. Vervolgens maakt zij het hartfilmpje, een karweitje dat maar enkele minuten duurt. Tegelijkertijd hoort Job van de mevrouw dat Zeus het veel beter doet sinds hij de nieuwe medicijnen krijgt. Hij is niet meer zo snel moe en veel fitter. "Dat is hoopgevend" zegt Job. "Als u eventjes geduld heeft zal ik nu direkt de uitslag van de hartfilm berekenen".

Weer in de wachtkamer aangekomen raakt de mevrouw in gesprek met iemand met een Perzische poes. Die vertelt haar dat ze er een nestje mee wil fokken en dat er daarom een bloedonderzoek moet gebeuren. "Het is voor mij de eerste keer dat ik een nestje ga fokken en ik weet eigenlijk ook niet waarom ik dat bloedonderzoek moet laten doen" zegt ze. "De eigenaar van de kater vond het zo vanzelfsprekend dat ik er maar niet over doorgevraagd heb. Maar nu ga ik de dierenarts toch eens vragen waar dat precies voor nodig is." Op dat moment gaat de deur van behandelkamer 2 open en roept Hanneke de mevrouw naar binnen.

Met behulp van Manuela is het bloedprikken al snel gebeurd. Terwijl Manuela de papieren van de bloedonderzoeken invult, beantwoordt Hanneke de vraag. "Bij katten kunnen een 2-tal erg besmettelijke ziektes voorkomen, Leucose en FIV (een soort AIDS) waar de dieren soms pas na maanden of jaren ziek van worden. Toch kunnen de poezen, als ze het virus bij zich dragen, die ziekte al weer aan andere katten doorgeven vóórdat ze er zelf zichtbaar ziek van zijn. In het bloed is er op dat moment al een afweer tegen die ziekten aanwezig. Blijkt er een hoge afweer in het bloed aanwezig te zijn, dan heeft zo'n poes in het verleden kontakt met het virus gehad en KAN het dus zijn dat hij ook op dit moment virus uitscheidt en andere katten ziek kan maken. De eigenaar van een dekkater verlangt dus een verklaring dat de poes negatief is om te voorkomen dat zijn kater de virussen oploopt en zodoende weer andere poezen kan besmetten".

De mevrouw begrijpt nu waarom dit bloedonderzoek zo belangrijk is, maar begint zich nu toch ook wel een beetje zorgen te maken. "Dus als ik het goed begrijp" zegt ze, " kan Honey ondanks dat ze zo gezond als een vis lijkt te zijn toch de ziekte bij zich dragen? Hoe lang duurt het voor ik de uitslag van het onderzoek te horen krijg?"
"Nou" zegt Hanneke, "maakt u zich voorlopig maar geen zorgen. Over een dag of vijf krijg ik een officiële verklaring van het laboratorium en dan bel ik u direkt op zodat u bij ons de kopie met de uitslag kunt komen ophalen."

Helemaal gerustgesteld is de mevrouw natuurlijk niet, en dat kan ook pas nadat er door het laboratorium is verklaard dat de onderzoeken "negatief" -dwz geen afweerstoffen en/of virusdeeltjes - zijn bevonden. Het blijven dus even een paar spannende dagen... Als ze bij Kitty aan de balie gaat afrekenen ontmoet ze het vrouwtje van Zeus weer. Die begint haar opgelucht te vertellen dat ook het E.C.G. er heel goed uitzag, en dat er een behoorlijke vooruitgang is geboekt. "En hoe zit het nu met die bloedonderzoeken?" vraagt ze aan het baasje van Honey. Een beetje bedrukt begint die het verhaal te vertellen dat ze zojuist te horen heeft gekregen. "Nou, ik kan me voorstellen dat je je een beetje zorgen maakt", is het antwoord. "Ik zal voor je duimen". "Gelukkig ziet Honey er kerngezond uit en heb je haar van een goede fokker. Dan hoef je je eigenlijk toch niet zo ongerust te maken juist omdat alles zo goed gecontroleerd wordt?", zegt Kitty. Zeus kwispelt instemmend.

Het gezicht van de eigenaresse van Honey klaart na deze woorden weer een beetje op en samen lopen de twee vrouwen, Zeus aan de ene kant en het kooitje met Honey aan de andere kant, de praktijk uit. "Ik zal je volgende week wel even opbellen" hoort Kitty haar nog zeggen voordat de deur dicht gaat.

De volgende patient is een Roodwangschildpad. Hij heeft last van ontstoken oogjes en hij snottert ook een beetje. Dierenarts Geert behandelt deze patient. Hij begint met het stellen van allerlei vragen over de voeding en huisvesting. "Wat er nogal eens verkeerd gaat bij deze diersoort is het geven van te weinig of te oude vitamine A" begint Geert uit te leggen. "Daardoor wordt de weerstand van het diertje te laag en wordt hij vatbaar voor allerlei infectie's. Vooral de overgangen van huid en slijmvlies zijn hiervoor gevoelig en raken dus snel ontstoken. In dit geval is de diagnose dus niet zo moeilijk, en de therapie ook niet. De oogjes een paar dagen behandelen met een oogzalfje met antibioticum en Vitamine A, 1 druppeltje vitamine A over het voer (van teveel kunnen ze ook weer ziek worden) en als voedsel voortaan blikvoer voor katten geven" zegt hij tegen de bezorgde eigenaar.

Hoewel het allemaal erg eenvoudig lijkt, is dit toch de meest gemaakte fout die bij de huisvesting en verzorging van deze diertjes voor komt, en die aan talloze schildpadjes het leven kost. Uiteindelijk krijgen ze namelijk een longontsteking waaraan ze sterven. In elk geval is er vandaag weer eentje gered doordat zijn eigenaar zich voldoende verantwoordelijk heeft gevoeld om eens deskundig advies te gaan vragen bij zijn dierenarts.
Het zou mooi zijn als het altijd zo zou aflopen...

Lees ook de andere Belevenissen