Deel 20: Vervolg elleboogdysplasie

De afgelopen tijd hebben we met al onze medewerkers alle zeilen bij moeten zetten om de kliniek op de gebruikelijke wijze draaiende te houden. We werden plots geconfronteerd met een assistente die op zeer korte termijn moest stoppen met werken. Daarnaast was er nog steeds een assistente met zwangerschapsverlof die eventueel daarna wilde stoppen met werken. Dat betekende dat we plots van 6 vaste assistentes naar 4 teruggingen. En dat terwijl het voorjaar en de zomer de drukste tijd zijn voor een dierenartsenpraktijk. Ondanks de vele brieven en sollicitaties was het erg moeilijk om aan medewerkers te komen die aan onze profielschets voldeden (dat schijnt op meerdere plaatsen een probleem te zijn!). Helaas was het zelfs zo dat wij een assistente die toch al 2 jaar ervaring had in een kleinere praktijk, na een paar weken hebben moeten ontslaan, omdat ze om diverse redenen niet voldeed. Dat is altijd een moeilijke beslissing als diegene wel van goede wil is.

Gelukkig hebben we fantastische assistentes die met veel inzet vele extra uren hebben gewerkt. Het doet ons altijd goed te ondervinden dat zij zoveel hart hebben voor de praktijk. Inmiddels hebben we weer wat meer adem omdat de nieuwe assistente Karin erg goed bevalt en haar vorige baan afloopt waardoor zij meer uren bij ons kan gaan werken. Daarnaast heeft Wendy haar intrede gedaan. Zij is pas kort afgestudeerd als dierenarts-assistente maar heeft een enorme positieve inzet en is erg leergierig. Die komt er wel!

Een paar weken geleden zijn we met het hele team van dierenartsen, vaste en parttime assistent(es) een weekend naar Zuid-Limburg geweest. Dat was een heerlijk weekend, ook al omdat het weer zo meewerkte. We hebben veel gelachen en weinig geslapen. Ardy, onze bescheiden en lieftallige assistente had U niet meer terug gekend. Ze voerde het hoogste woord. Zaterdag 's avonds hebben we Maastricht bezocht en daar in een kroegje met de hele groep op al die oude hits van toen (die ken ik tenminste, ik ben ook al 40 geweest) uitgelaten geswingd.

Genoeg nu over de praktijkperikelen, even weer het serieuze werk. Vorige keer ging het over de kreupele jonge hond en vertelde ik over een aandoening van de ellebogen die veel ellende veroorzaakt bij de jonge hond van de populaire grotere rassen

De kreupele jonge hond (vervolg Elleboogdysplasie)

De prognose (levensverwachting) van een jonge hond met Elleboogdysplasie
Als de jonge hond op tijd wordt geopereerd en er dus nog niet veel slijtage is van het gewricht, is de prognose beduidend gunstiger dan als er niets wordt gedaan. Dus hoe eerder je erbij bent hoe beter. De prognose is dan redelijk tot goed. Normaliter zal een geopereerde hond binnen 10 dagen na een operatie al beter gaan lopen en 6 weken tot 6 maanden na de operatie niet meer kreupel lopen. Arthrose (slijtage) zal zich altijd ontwikkelen maar veel minder snel en minder ernstig dan bij een hond die niet is geopereerd. Als huishond kan de hond dan goed functioneren maar als werkhond is hij niet meer geschikt.
De jonge hond die om wat voor reden niet wordt geopereerd zal in eerste instantie kreupel lopen door pijn van het losse stukje. Daarna gaat het vanaf 1-2 jaar leeftijd weer beter tot op een gemiddelde leeftijd van 4 jaar de hond door de vervroegde slijtage (arthrose) in het gewricht weer pijn krijgt en vooral na inspanning kreupel loopt.

Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van Elleboogdysplasie

  • Erfelijke factoren
    Elleboogdysplasie is een erfelijke ontwikkelingsstoornis van de elleboog. Bij de diverse rasverenigingen van populaire rassen is daarom een röntgenonderzoek van ouderdieren verplicht gesteld. Maar dat gebeurt helaas vaak alleen bij fokkers die zijn aangesloten bij de rasvereniging. Bij de Labrador blijkt de ziekte autosomaal recessief te vererven. D.w.z. dat een hond het zelf niet hoeft te hebben maar het wel kan vererven: De zogenaamde "drager". Dat maakt het moeilijker om de aandoening uit te roeien door fokmaatregelen.
  • Snelle groei en gewichtstoename.
    Door overbelasting van het jonge kraakbeen zal bij jonge honden die te snel groeien of te dik worden de aandoening makkelijker tot uiting komen.
  • Voeding.
    Een overmaat aan Calcium in het voer heeft een negatief effect op de kraakbeenontwikkeling bij jonge honden. Tevens zal bij te energierijk voer de jonge hond te dik worden of te snel groeien. Daarom zijn zowel gewoon puppie-voer (energierijk) als volwassen voer (energiearm maar met te veel Calcium) ongeschikt voor deze jonge honden. Gelukkig zijn er tegenwoordig speciale voeders in de handel voor pups van rassen met een volwassen gewicht van > 25 kg. Deze voeding kan gegeven worden vanaf 6-8 weken leeftijd tot 12-18 maanden leeftijd. Dit voer voldoet aan de volgende eisen:
    • Verlaagd Calcium gehalte.
    • Verminderde energiedichtheid om te snelle groei tegen te gaan.
      Voorbeelden van deze goed uitgebalanceerde voeding zijn: Hills Canine Growth voor Medium en Larger Breed Puppies of Eukanuba Junior Large Breed. Deze voeding helpt tevens om groeipijnen te voorkomen of te verminderen.

Hoe voorkom ik dat mijn pup last krijgt van Elleboogdysplasie

  • Ouders die ED-vrij zijn. De minste kans op ontwikkeling van deze ziekte heeft U als de ouders van de pup beiden röntgenologisch negatief zijn voor ED. Let op, het geeft helaas geen 100% zekerheid.
  • Optimale voeding. Geef pups waarvan het volwassen gewicht later boven 25 kg. ligt de speciale voeding zoals hierboven vermeld. Deze voeding is wel duurder maar kan een hoop ellende helpen voorkomen.
  • Laat jonge honden niet te dik worden.
  • Raadpleeg bij kreupelheid tijdig de dierenarts

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor