Deel 21: Kattenziekte

(NB: de hier beschreven gebeurtenissen speelden zich af in juni 2000. Nog steeds vinden deze uitbraken door heel nederland plaats op plaatsen waar niet tegen katteziekte wordt gevaccineerd. Volgens woordvoerster W. Michielsen worden de katten van de opvang in Helmond gewoon gevaccineerd).

een paar weken geleden werden wij opgeschrikt door het feit dat in een bepaalde opvang voor katten zowel volwassen als jonge katten van de ene op de andere dag plots dood gingen. Deze katten stierven zonder voorafgaande ziekteverschijnselen. De situatie was ernstig want op dat moment waren er al 10 jonge kittens en enkele volwassen katten gestorven. Deze opvang stond in contact met enkele andere vrijwilligers die verspreid door Helmond ook opvang verzorgden. Ook daar ontstonden problemen met plotselinge sterfte van katten.

Om zo snel mogelijk tot een juiste diagnose te komen werden 2 gestorven kittens naar het onderzoekslaboratorium van de universiteit te Utrecht gebracht, om daar met spoed bekeken te worden. Voor de diverse opvangplaatsen gaven wij het advies om geen nieuwe katten meer op te vangen totdat duidelijk zou zijn wat er aan de hand was. Zieke katten van deze opvang konden in verband met besmettingsgevaar niet opgenomen worden in onze kliniek. Dat is een moeilijke beslissing want de kliniek is natuurlijk juist de meest ideale situatie om zieke dieren op te vangen. Na een paar dagen bleek dat een juiste beslissing. De ziekte waaraan deze katten waren overleden was katteziekte.

Dit is een ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Het is een zelfde soort virus als het Parvo-virus dat bij honden voorkomt. Dit virus is zeer besmettelijk en dieren die eenmaal ziek zijn gaan vrijwel altijd dood. Katten kunnen op allerlei manieren besmet raken: via onderling contact tussen katten maar ook via mensen (het virus kan aan de kleding, de handen of de schoenen van een argeloze bezoeker zitten en zo worden overgebracht). Ook vlooien kunnen de ziekte van de ene naar de andere kat overbrengen. Zieke dieren krijgen hoge koorts en gaan braken. De kat wil niet eten en is sloom. Na enkele dagen kan diarree optreden en heeft de kat een pijnlijke buik. Door vochtverlies drogen ze snel uit. De meeste katten sterven na 3-4 dagen. Kittens kunnen zenuwverschijnselen krijgen en atactisch worden (ongecoördineerd bewegen). Sommige katten sterven zonder voorafgaande ziekte verschijnselen. Doordat ook het immuunsysteem wordt aangetast zijn deze katten ook gevoeliger voor secundaire infecties. Er is geen behandeling mogelijk voor deze ziekte. Wel kan geprobeerd worden om de katten te ondersteunen met infuzen en antibiotica (tegen de secundaire infecties). Het virus is buiten de kat zeer resistent en kan nog maanden in de omgeving aanwezig blijven. Alleen goede desinfectie van goed te reinigen oppervlaktes kan het virus onschadelijk maken. Een bankstel of vaste vloerbedekking is echter al niet goed te desinfecteren.

Gelukkig is de ziekte wel te voorkomen door de kat te laten inenten. Kittens worden op 9 en op 12 weken geënt en daarna hoort de enting jaarlijks herhaalt te worden. Asiels zijn verplicht om alle katten bij binnenkomst te laten enten. Opvangcentra van vrijwilligers helaas niet.

Bij de uitbraak van deze gemene ziekte in Helmond blijkt het virus dusdanig gevaarlijk dat inmiddels (voor zover wij op dit moment weten) ongeveer 10 volwassen katten en 40 kittens zijn gestorven. Ook niet-geënte katten van de eigenaar van de opvang werden getroffen. Een hard gelag als je je inzet voor de opvang van (niet gewenste) kittens. Er wordt nog wel eens gedacht dat het bij oudere katten niet meer nodig is om ze te laten enten. Maar juist die katten zijn doordat ze ouder zijn meer vatbaar voor ziektes. En tegen katteziekte is geen enkele niet-geënte kat opgewassen. Katten die nooit buiten komen lopen natuurlijk minder risico op besmetting. Maar zoals uit het bovenstaande blijkt kun je als mens de ziekte ook overdragen. Een voorbeeld is die aardige vriendin die voordat ze bij u thuis kwam in bovenstaande opvang is geweest om een katje uit te zoeken. Ongewild en onbewust kan zij het virus meenemen naar uw huis.

Nu is het niet de bedoeling dat na dit stukje grote onrust uitbreekt. Katten die elk jaar geënt worden lopen geen enkel risico. Wat mij echter ongerust maakt is dat overal in Nederland 2x zoveel katten als honden geënt worden en dat in Helmond dat net andersom is. In Helmond worden slechts de helft zoveel katten als honden geënt. In Helmond zijn niet minder katten dan in andere steden wat betekent dat er hier te weinig katten worden geënt waardoor juist hier in onze mooie stad een dergelijke uitbraak mogelijk werd.

Hanneke Moorman.

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor