Deel 22: Euthanasie en kind

Laatst stond er een klein meisje van een jaar of 6 aan de balie. Zij heette Elsje. Ze had een hamster bij zich. 'Kan ik je helpen' vroeg de assistente. 'Mijn hamster is ziek' vertelde ze met tranen in haar ogen. 'Kan de dierenarts er even naar kijken ?'. De assistente had al een bruin vermoeden dat dit meisje geen afspraak had en in een opwelling naar de praktijk was gekomen. 'Hoe heet je dan zal ik je even in de computer invoeren en daaarna zal ik even kijken of de dierenarts even tijd heeft om naar je hamster te kijken.'

Elsje ging in de wachtkamer zitten en wachtte geduldig tot ze aan de beurt was. De assistente lichtte mij in dat er een klein patientje tussendoor was gekomen. Een beetje lastig was het wel want de afspraken staan vaak strak gepland en iedereen wil graag op tijd geholpen worden. Toch moest het maar even tussendoor. Het diertje lag op apegapen. De hamster was 2 jaar en had een groot gezwel onder de buik. Deze dieren worden niet oud en ontwikkelen makkelijk tumoren op latere leeftijd.

Ik denk dat het beter is dat we hem maar laten inslapen' vertelde ik voorzichtig aan het meisje. Een stortvloed aan tranen was het gevolg. Nu kan ik beter omgaan met dieren dan met kleine huilende meisjes dus ik stond er wat hulpeloos bij. Was de moeder er nu maar bij dacht ik, die kan haar tenminste troosten. Ik probeerde wel iets door haar te vertellen dat het diertje vast een heel fijn leven had gehad bij haar. Dat gaf geen troost want dat wist ze waarschijnlijk zelf ook wel. Hevig geemotioneerd lag ze met haar hoofdje op haar armen op de behandeltafel te snikken. 'Ik wil niet dat hij dood gaat, hij mag niet dood gaan' huilde ze.
Nu is een redelijk gesprek over dit soort zaken toch al moeilijk op deze leeftijd, laat staan als er zoveel verdriet bij komt kijken.

Ik liet de assistente maar een glaasje water halen en probeerde zo goed als het kon haar te troosten. Ik had erg met haar te doen. Ik bedacht dat het waarschijnlijk niet zo verstandig was om het diertje nu in te laten slapen. Gelukkig stond het adres en telefoonnummer van haar ouders in de computer. Ik liet de assistente haar moeder bellen die gelukkig thuis was; ze zou gelijk komen. Elsje nam ik mee naar een aparte ruimte. 'Ga hier maar even zitten met Timmy (de hamster) dan wachten we wel even tot je moeder er is.' De tranen werden iets minder en ze was kennelijk opgelucht dat haar moeder zou komen.

Enigszins aangeslagen ging ik verder met de afspraken. Een half uurtje later kwam de moeder. De assistente bracht haar naar haar dochtertje die prompt weer in een hevige huilbui uitbarstte. Toen ik even later binnenkwam was ze gelukkig weer wat bedaard. De moeder verontschuldigde zich voor haar dochtertje. Het was zeker niet de bedoeling dat zij alleen naar de dierenarts zou gaan met Timmy. Ze waren het eigenlijk al langer van plan maar het was er steeds niet van gekomen. Elsje had daarom maar zelf het iniatief genomen. Het diertje was haar erg dierbaar, ze had hem gekregen van haar vader die niet meer bij hen woonde...

Met de moeder erbij konden we Elsje ervan overtuigen dat het toch beter was om Timmy verder lijden te besparen. In haar armen is hij toen ingeslapen.

Als moeder van een klein dochtertje is een dergelijk kinderverdriet toch aangrijpend.
Normaliter ben je als dierenarts meer met de dieren bezig maar soms is het belangrijker om meer aandacht te geven aan de (kleine) eigenaar.

Hanneke Moorman.

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor