Deel 29: Het konijn en zijn verzorging

De laatste tijd wordt het konijn steeds populairder als huisdier in Helmond. Best wel begrijpelijk, want je hoeft ze niet uit te laten en ze zijn toch erg gezellig in huis.
Konijnen zijn ook heel goed zindelijk te maken en hebben vaak voldoende aan een kattenbak voor hun behoefte. Gebruik geen korrels die van klei zijn gemaakt omdat dat aan de pootjes blijft kleven en door likken in het darmkanaal terecht kan komen. Pas op met wat je allemaal op de grond hebt liggen want ze zijn over het algemeen wel gek op knagen en vooral stroomdraden zijn erg populair.

Een goede voeding is wel erg belangrijk. Hooi is het belangrijkste voer voor een konijn. Daar mag hij zo veel van eten als hij wil. Zorg altijd voor een goede kwaliteit. Het mag nooit muf ruiken. Als aanvulling zijn brokjes uitstekend. Niet meer dan 25 gram per kilo per dag. Hierin zit alles wat ze nodig hebben. De meeste mensen denken dat het bakje altijd gevuld moet zijn. Dat is dus niet zo en zorgt alleen maar voor dikke konijnen met diarree en tandproblemen (maar daar zullen we het een andere keer over hebben). Groenvoer mag (met mate!) altijd bijgevoerd worden.

Bij konijnen moet je veel oplettender zijn dan bij honden en katten om te bemerken of er iets niet in orde is. Konijnen zijn prooidieren. Prooidieren proberen altijd hun kwaaltjes te verbergen omdat roofdieren proberen uit te zoeken welke prooidieren er ziek zijn. Die kunnen ze namelijk veel makkelijker te grazen nemen. Kijk je konijn dan ook minstens een keer per week zorgvuldig na en weeg hem dan meteen even. Als je konijn in een keer duidelijk in gewicht is afgenomen dan is er zeker iets niet in orde. Kontroleer dagelijks of je konijn voldoende heeft gegeten en kijk, zeker in de zomer, even naar zijn kontje om te controleren of er geen ontlasting aan plakt. Voordat je het weet komen er vliegen op af en zit je konijn onder de maden (vliegenlarven).

Een jaarlijkse controle door de dierenarts is ook verstandig. De dierenarts controleert dan onder andere: De voedingstoestand, de kwaliteit van de vacht, de nagels, de ogen, de oren, de stand van het gebit, het hart, de longen, de buik en of er parasieten aanwezig zijn op het konijn. Vaak wordt dat gecombineerd met een enting tegen Myxomatose en VHD (hazenziekte).

Myxomatose kan door muggen worden overgebracht van besmette, wilde konijnen op huiskonijnen. RHD wordt met name via besmet groenvoer en door bloedzuigende insekten (muggen en vlooien) op huiskonijnen overgedragen. Huiskonijnen kunnen deze ziekte dus ook krijgen als zij zelf nooit buiten komen. Tegen Myxomatose en RHD bestaat geen medicijn: eenmaal zieke konijnen gaan helaas meestal dood. Wel kunnen de ziekten voorkomen worden door muggen te weren, vlooien te bestrijden, door alleen kasgroenten aan het konijn te geven, en (het belangrijkste) door konijnen te laten enten.

Wij raden aan om konijnen vanaf 4 maanden leeftijd te laten enten tegen Myxomatose en vanaf 8 weken tegen RHD. De vaccinatie tegen RHD beschermt het konijn voor een jaar, terwijl de enting tegen myxomatose het konijn voor een periode van 4 tot 6 maanden beschermt. Omdat Myxomatose met name optreedt in het muggenseizoen kan voor deze ziekte volstaan worden met twee entingen. Konijnen die groenvoer van buiten krijgen kunnen het hele jaar met RHD besmet worden. Deze enting dient dan elk jaar te worden herhaald. Omdat de enting tegen myxomatose per tien doseringen verpakt zit en binnen enkele uren moet worden opgemaakt, proberen de meeste dierenartsen om meerdere konijnen op dezelfde dag te enten. Daarom stuurt Dierenkliniek "Brouwhuis" elk voorjaar een herinnering aan alle konijnenbezitters die zij kent.

Als de baasjes een groot deel van de dag van huis zijn is het voor het konijn leuker als hij ook een kameraadje heeft. Wees voorzichtig met het zonder meer bij elkaar zetten van twee konijntjes. Vooral tussen rammelaars (mannetjes konijnen) kunnen vreselijke gevechten uitbreken om het territorium maar ook voedsters (vrouwtjes konijnen) kunnen elkaar behoorlijk toetakelen. Als konijntjes van jongsaf aan bij elkaar zitten gaat het soms wel goed zolang de ruimte maar voldoende groot is. Konijnen die gecastreerd zijn accepteren makkelijker soortgenoten. Rammelaars en voedsters kunnen vanaf drie tot vier maanden gecastreerd worden. Dit is niet alleen verstandig om gevechten te voorkomen maar ook in verband met het bekende spreekwoord "het is bij de konijnen af". Binnen een jaar kan het aantal konijnen makkelijk met tien jongen toenemen. Net als bij katers gaan ongecastreerde rammelaars vaak sproeien als ze geslachtsrijp worden.

V oor voedsters is er nog een andere reden om ze te laten castreren: Het blijkt zo te zijn dat dwergkonijnen bijna allemaal tumoren krijgen aan de baarmoeder als ze ouder zijn dan een jaar of drie. Voedsters die gecastreerd zijn lopen dat risico niet en kunnen daardoor minstens twee keer zo oud worden. Om het narcose risico te verkleinen kunnen konijnen het beste op jonge leeftijd worden gecastreerd.

Job van der Lek
Dierenkliniek "Brouwhuis"

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor