Deel 31: stenen?

De eerste patient is een forse Duitse Herderpup, gedragen door een zeer verontrust kijkende eigenaar. In de computer zie ik dat ik de bewuste hond nog geen twee weken geleden volledig onderzocht heb en de cocktailenting heb gegeven. Ik ben dus zeer benieuwd wat er aan de hand is.

Ik kom niet aan deze vraag toe, want voordat de eigenaar de hond op de tafel heeft gezet zegt hij op ongeruste toon: "Hij heeft allemaal pukkels op zijn buik!" We leggen samen behoedzaam de pup op zijn zij. Ik bekijk de buik en de liezen en zie geen roodheid, krabplekken of bultjes. Op mijn beurt kijk ik de eigenaar vragend aan en zeg: "Kunt u mij aanwijzen wat u bedoelt?" "Deze", zegt hij verontwaardigd en wijst naar een tepel!

Ik leg de eigenaar uit dat de hond mooi twee rijen tepels heeft, precies zoals het hoort. "Maar", zegt de eigenaar met twee grote ogen, "het is toch een reutje!" "Ja", zeg ik met een grote glimlach, "maar u heeft toch ook twee tepels!" Op dat moment wordt de eigenaar zo rood als een tomaat en trekt een gezicht alsof hij het liefst ter plaatse in de grond zou willen zakken.

Voor de volledigheid controleer ik nogmaals alle vitale functies van de hond. En terwijl ik de eigenaar naar de deur leid, druk ik hem nog even op het hart dat de hond kerngezond is en dat je maar beter een keer "te veel" kunt komen dan een keer "te weinig".

De volgende patient is een forse Bouvierteef van ruim 8 jaar. Ze kijkt me wantrouwend aan, dus ik besluit de behandeltafel tot vlak boven de grond te laten zakken. Zo kan ze met haar 40 kg zo op de tafel stappen zonder vreemde handen die haar op moeten tillen. Haar bazin vertelt dat ze al twee dagen erg onrustig is. Ze loopt veel rondjes door het huis, wil eigenlijk niet gaan liggen en staat steeds voor de voordeur om naar buiten te kunnen. Als ze dan buiten is gaat ze alsmaar zitten en probeert te plassen, maar er komt niets of maar een paar druppels urine.

De problemen lijken op een blaas- en/of urinebuisprobleem, dus ga ik in deze richting doorvragen. Ik vraag de eigenaresse of er bloed bij de paar druppels urine zat, maar dat kan ze nooit zien want Saar (zo heet de Bouvier) plast alleen maar op gras, nooit op een harde ondergrond. Hoe verder ik door vraag, hoe meer de bazin gaat twijfelen over het begintijdstip van de problemen: "Nu ik terug denk heeft ze een paar weken geleden ook een paar dagen wat vaker geplast, kleine plasjes. Maar dat is toen weer vanzelf over gegaan".

Ze had vanochtend haar eten maar half opgegeten en kijkt volgens de eigenaresse wat starend voor zich uit. "Dus vond ik het nu toch wel tijd om even langs de dokter te gaan, want ze eet altijd haar bak leeg". Ik begin met het lichamelijk onderzoek van Saar. Ik start bij de neus en eindig bij de staart, omdat ik verwacht dat het achterste deel van de buik pijn doet en Saar daarna waarschijnlijk niet meer gewillig dat gewriemel aan haar lijf toelaat. Een uitzondering is het temperaturen, dat moet aan het begin van het onderzoek, want hoe langer de hond op de tafel staat hoe onrustiger ze wordt en dan stijgt de temperatuur.
Behalve een beetje tandsteen, beginnend staar in beide ogen en een grijze snoet lijkt de inmiddels bejaarde Saar (ongeveer 55 jaar in mensenlevens !) weinig last te hebben van ouderdomskwaaltjes. Als ik begin met het voelen in de buik begint ze al wat te drentelen met haar achterpoten en probeert een paar keer te gaan zitten. Ze spant haar buikspieren dermate aan dat ik geen organen kan betasten. En inderdaad in het achterste deel van de buik is haar weerstand het grootst, ze begint zelfs licht te kreunen.

Een blaasontsteking ligt erg voor de hand, maar om dat zeker te weten is urine-onderzoek nodig. Dus stuur ik baas en hond met een bakje naar buiten. Gezien de enorme aandrang om te willen plassen hoop ik dat de eigenaresse snel enkele druppels kan opvangen. En jawel, binnen 10 minuten is Saar weer terug in de wachtkamer met een blije bazin: "Het is gelukt", en toont trots een klein beetje oranjerode urine in het meegegeven opvangbakje. In de urine blijken veel ontstekingscellen, eiwit en bloed te zitten. Tevens is de zuurtegraad veel te hoog: een duidelijk geval van blaasontsteking. Maar na microscopisch onderzoek bleken er ook enorm veel kristalletjes in de urine te zitten. Als urinekristallen samen gaan klonteren kunnen ze steentjes vormen en in de blaas en/of de plasbuis irritatie, ontsteking en zelfs een verstopping veroorzaken. Reden te meer om een röntgenfoto van de blaas en de plasbuis van Saar te maken om eventuele steentjes zichtbaar te maken.

Omdat Saar echt veel problemen heeft met plassen en theoretisch de blaas dan zo overvuld kan raken dat hij gaat scheuren, besluit ik direct een röntgenfoto te nemen. Voor een kwalitatief goede foto moet een patiënt even muisstil liggen. Iets wat een hele opgave is voor een hond in een donkere ruimte met vreemde mensen met loden schorten en grote handschoenen. Daarom krijgt Saar een kalmerende injectie zodat ze even netjes op haar zij blijft liggen.

De foto wordt direct ontwikkeld en vol ongeduld wacht ik op het resultaat. Als de ontwikkelaar stopt met zoemen is de foto klaar en ik hang hem direct op de lichtbak om hem te kunnen beoordelen. De enorm grote blaas valt meteen op met daarin vier witgrijze bollen: blaasstenen. Ik loop trots naar de wachtkamer en vraag de duidelijk verontruste eigenaresse even met me mee te lopen om de foto te bekijken. Ik leg uit welke structuren zichtbaar zijn op de foto en wijs al snel naar de grote blaas met inhoud. "Maar dokter", zegt de eigenaresse met vragende blik, "heeft Saar deze stenen nou opgegeten...?"

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor