Deel 35: Bezoek aan een Amerikaanse kliniek voor bijzondere dieren (deel 2)

De vorige keer verhaalde ik over de reis die mijn man en ik maakten naar Chicago. In de late winter bezochten we daar een (internationaal) bekende kliniek voor bijzondere dieren (fretten, konijnen, vogels, reptielen ed.). Wij logeerden bij het dierenartsen echtpaar dat eigenaar was van de kliniek. Zeer gastvrije mensen, maar soms had ik wat moeite met de andere gewoontes. Amerikanen eten meestal niet samen. Aangezien dat in Nederland, zeker als je gasten hebt, wel gebruikelijk is stonden wij nogal eens in dubio. Kunnen we al beginnen? Waar moeten we gaan zitten: Aan de bar, aan tafel of op de bank? In het weekend werd er wel gezamenlijk gegeten. Dan kwamen er speciale tafeltjes te voorschijn en gingen we daarmee op de bank zitten voor de buis. Ze hadden een enorm groot televisiescherm zodat het leek alsof je in de bioscoop zat. Slechts bij speciale gelegenheden zoals vlak voor ons vertrek of als onze gastvrouw een speciale maaltijd had gekookt, aten we gezamenlijk aan de grote tafel.

's Avonds hadden we vaak lange gesprekken over dierengeneeskundige problemen, maar ook over het reilen en zeilen in de kliniek. Het was interessant om te merken dat betreffende het kliniekgebeuren zij met dezelfde problemen te kampen hadden als wij in Holland. Mensen zijn toch overal hetzelfde.
Overdag waren we van 's ochtends vroeg (8.00 uur) tot 's avonds laat (20.00 uur) in de kliniek. Susan Brown (onze gastvrouw) was zelf helaas niet meer werkzaam in de kliniek. Zij besteedde haar tijd vooral aan het schrijven van artikelen en het geven van lezingen over de hele wereld. Er werd met groot respect over haar gesproken in de kliniek want zij was altijd zeer betrokken bij haar patiënten en haar medewerkers. Haar echtgenoot (onze gastheer) werkte wel in de kliniek en hij is een begenadigd chirurg. Een grote gedistingeerde man met lange smalle handen die het fijne chirurgenwerk bij de vaak kleine dieren uitstekend konden uitvoeren. Zijn techniek verschilde iets van de mijne en het was dan ook zeer interessant om hem bezig te zien.

Hoewel er veel medische apparatuur aanwezig was viel het ons op dat er maar weinig van de computer gebruik werd gemaakt. In onze kliniek worden alle patiëntengegevens en alle patiëntenverslagen al negen jaar lang opgeslagen in de computer. Bij hun was het nog allemaal papierwerk. Op dat gebied lopen wij met de dierenartspraktijken in Nederland dus duidelijk voor op de Amerikanen. Hier zijn de meeste praktijken al jaren geautomatiseerd.
Toen wij dat ter sprake brachten werd daar maar lauwtjes op gereageerd (kennelijk een gevoelig punt!).

Ook was het opvallend hoe vaak elk dier gewogen werd. Elk dier, of het nu een kleine hagedis, papegaai of een grote Vlaamse reus was werd op de weegschaal gezet. Er werd veel belang aan het gewicht gehecht, alsof bij een gelijkblijvend gewicht het dier welhaast gezond moest zijn. Natuurlijk werd er wel meer onderzoek gedaan, zo waren ze zeer handig in het bloedafnemen bij allerlei dieren. Dat bloed werd onderzocht in hun eigen laboratorium. Wat wij echter wel jammer vonden was dat het laboratorium altijd een of twee dagen achter liep met het doen van de bepalingen waardoor een uitslag pas op zijn vroegst de volgende dag bekend was. In onze kliniek proberen we toch zoveel mogelijk direct de uitslag met de eigenaar te bespreken zodat zo snel mogelijk een behandeling kan worden ingesteld.

Hoewel de dierenartsen en de assistentes lange dagen maakten viel het ons op dat de werkdruk minder groot was dan in Nederland. Er was veel vaker tijd om rustig te lunchen of om iets op te zoeken tijdens werktijd, maar de consultprijzen lagen dan ook twee keer zo hoog als in Nederland. Met enige verwondering bekeken wij de bedragen die de eigenaren neerlegden voor de gezondheid van hun dier. Een operatie van een konijn of een fret kostte inclusief opname gedurende een paar dagen na de operatie rond de fl.1500,-. De behandeling en het onderzoek van een gewoon huisparkietje koste soms wel fl.900,-. Niemand die daar moeilijk over deed terwijl het toch zeker niet altijd gefortuneerde cliënten waren. Een enkele keer kwam er zelfs een cliënt (waarschijnlijk wel met een dikke beurs) met het vliegtuig naar Chicago. Amerikanen van arm tot rijk hebben kennelijk veel over voor hun gezelschapsdier.

Hanneke Moorman (dierenarts)

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor