Deel 41: Epilepsie

Zoals beloofd zal ik vandaag wat meer vertellen over epilepsie bij honden en katten. De vorige keer vertelde ik al over Murphy, de kat met epileptische aanvallen. Epilepsie is een redelijk veel voorkomend probleem bij de hond, maar iets zeldzamer bij de kat. Dit maakt Murphy sowieso al een bijzonder geval.

Een epileptische aanval kan in veel verschillende soorten en gradaties voorkomen. De meest bekende aanval voor de mensen is de zogenaamde gegeneraliseerde aanval waarbij de hond of kat volledig buiten bewustzijn is en met zijn hele lijf schokkende bewegingen maakt. Vaak verliezen ze hierbij ook wat urine of ontlasting. Ook schuimbekken komt vaak voor.

Minder bekend, maar zeker ook vaak voorkomend, is de zogenaamde focale ofwel gedeeltelijke epilepsie. Dit zijn vaak korte aanvallen, waarbij het dier niet volledig "weg" is en vaak is maar een gedeelte van het lichaam betrokken. Volgens sommigen kan zelfs het in de lucht naar vliegen happen of het bekende "staartjagen" een vorm van epilepsie zijn!

Als een dier verdacht wordt van epilepsie is het dus voor de dierenarts heel belangrijk om te weten hoe een aanval er uitziet en hoelang deze duurt. Er zijn namelijk verschillende andere aandoeningen die met een soort aanvallen gepaard gaan die erg op epilepsie lijken. Terug naar Murphy nu. Tijdens zijn aanvallen was Murphy zich niet bewust van zijn omgeving en hij schokte met zijn hele lijfje, dus zijn aanvallen waren duidelijk van epileptische aard. Na zo'n aanval was Murphy vaak erg moe en soms de weg wat kwijt.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor epilepsie maar grofweg is epilepsie in te delen in twee hoofdgroepen. Enerzijds is er de zgn. primaire epilepsie. Dit is een vorm van epilepsie waarbij we geen aanwijsbare oorzaak kunnen vinden en het dus in de hersenen van het dier misgaat. Deze vorm komt bij sommige hondenrassen meer voor dan bij andere en is dus voor een deel aangeboren. Meestal zijn het dan ook relatief jonge dieren die met dit probleem bij de dierenarts komen. Vaak zijn deze honden tussen de 1 en 3 jaar oud.

Aan de andere kant is er de secundaire epilepsie. Dit is de vorm waarbij er wel een aanwijsbare oorzaak is. De oorzaak kan in dit geval liggen in een van de inwendige organen. Hierbij stapelen zich afvalstoffen in het lichaam op die giftig zijn voor de hersenen en hierdoor epileptische aanvallen veroorzaken. Ook een ernstig glucose (suiker) tekort kan een epileptische aanval veroorzaken. Om een beeld te krijgen van de werking van de inwendige organen zal een dierenarts dus vaak bloed afnemen en onderzoeken op de waarden die te maken hebben met de lever- en nierfunctie. Ook het suikergehalte is van belang.

In Murphy zijn geval was het bloed helemaal normaal. Er waren dus geen aanwijzingen gevonden om te vermoeden dat het probleem in de inwendige organen lag. Wat dan!? De tweede en mogelijk meest belangrijke oorzaak is een probleem in de hersenen zelf. Vaak gaat het dan om een infectie of een gezwel in de hersenen. Waarschijnlijk is dit bij Murphy het geval en de volgende stap zal dan ook zijn om Murphy door te sturen naar de universiteit voor een hersenscan en een punctie van het hersenvocht.

Uit-eindelijk werd bij Murphy een ontsteking van de hersenen gevonden en op dit moment krijgt Murphy medicijnen om de ontsteking te onderdrukken en bijkomend anti-epileptische medicijnen en het lijkt erop dat het helemaal goed gaat komen.

Jan-Willem van den Bosch, dierenarts

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor