Deel 55: Snoezel

Het is vrijdagavond, een drukke week achter de rug en na de volgende patiënt begint mijn weekeinde. Gelukkig, ook een dierenarts wil wel eens weekeind houden! Maar helaas, dit patiëntje zal me nog wel even bezig houden al is het maar met denken. Het gaat hier over Snoezel, een schattig wit hondje dat haar naam eer aan doet! Zoals gezegd is het vrijdagavond als Snoezel bij me komt. Op het eerste gezicht een rustig hondje en wat klein voor haar leeftijd.

Zoals gewoonlijk begin ik met de anamnese. Dit betekent dat de eigenaar vertelt wat de klachten zijn. Nou bij Snoezel is dit een heel verhaal! Al ruim een half jaar wil Snoezel bijna niets eten. Haar baasje heeft inmiddels van alles geprobeerd, het lekkerste hondenvoer was niet goed genoeg en zelfs tartaartjes werden met lange tanden opgegeten. Ook slaapt ze veel en is Snoezel erg rustig voor een jonge hond. Ze wil ze maar erg weinig spelen. Dit is natuurlijk niet helemaal normaal voor een hondje van amper 1 jaar oud! De laatste tijd zijn de klachten verergerd en lijkt het wel of Snoezel steeds rustiger wordt. Tot overmaat van ramp heeft ze de laatste tijd regelmatig periodes waarin ze erg veel moet braken en behoorlijk ongelukkig overkomt. De eigenaar is al bij verschillende collega's geweest maar die hebben tot nog toe niets kunnen vinden. Op advies van een kennis is ze naar ons gekomen.

Tjonge dat is me een verhaal, dit wordt geen gemakkelijke patiënt. Om te beginnen stel ik haar enkele vragen over Snoezel en haar dagelijkse gedragingen. Al snel kom ik erachter dat er eigenlijk van begin af aan weinig fut in heeft gezeten en dat Snoezel al in het nest kleiner was dan haar broertjes en zusjes. Dit wijst dus in de richting van een aangeboren probleem. Tijdens het eerste onderzoek valt niet echt veel op. Snoezel lijkt een gewoon jong hondje maar is wel wat klein voor haar leeftijd en ze heeft nog enkele melktandjes! Op dit moment lijkt ze verder geen buikpijn te hebben, noch heeft Snoezel koorts. Bij sommige jonge dieren komt voedselintolerantie voor, waardoor ze veel buikpijn hebben en vaak wat achterblijven bij de rest. We beginnen dus met een aangepast dieet en medicijnen tegen de buikpijn. Omdat ik niet helemaal zeker ben dat dit het probleem is spreek ik af om maandag direct een controle afspraak te maken.

Gedurende het weekeinde laat het hondje me niet los, wat zou er toch aan de hand kunnen zijn? Ik neem de gegevens nog eens door en bespreek alles nog eens met mijn vrouw Leonieke die ook dierenarts is. Het zou voedselintolerantie kunnen zijn maar zou ze dan niet meer darmklachten moeten hebben? Het is waarschijnlijk toch iets anders. Maar wat?

Inderdaad, Snoezel reageert niet op dit dieet en is nog steeds erg rustig. Maandagochtend komt Snoezel en we spreken af eerst een foto te maken van de buik en eventueel aansluitend een bloedonderzoek te doen. Ik moet toch ergens beginnen?! Op de foto valt iets meteen op: Haar lever is veel te klein! In de darmen is niets bijzonders te zien. Opeens schiet me iets te binnen: Bij Maltezer Leeuwtjes komt een aandoening voor aan de lever, een zgn. "shunt" waardoor het bloed niet voldoende door de lever stroomt. Dit is een zeldzame aandoening dus ik ben niet meteen overtuigd, maar het zou heel goed de symptomen van Snoezel kunnen verklaren. Om meer aanwijzingen te krijgen besluiten we bloedonderzoek te doen. Een groot gedeelte van dit onderzoek kan in de praktijk gebeuren en binnen een half uur weten we meer. Bij Snoezel blijken de leverwaarden veel te laag. Dit zou inderdaad kunnen kloppen bij een "shunt". Om meer zekerheid te hebben moet het ammoniakgehalte gemeten worden. Dit is niet eenvoudig want dit kan alleen bij speciale laboratoria en moet binnen 30 minuten van bloedafname gebeuren. Gelukkig hebben we goede contacten met het ziekenhuis en kan Snoezels baasje zelf het bloed naar het Elkerliek ziekenhuis brengen. De zelfde middag hebben we de uitslag: haar ammoniak gehalte is veel te hoog. Dit betekent dat de lever het bloed niet voldoende zuivert. Het is nog steeds geen 100 % bewijs maar voldoende om Snoezel door te sturen naar Utrecht.

Op de universiteit kan men een contrastonderzoek doen en zien of de bloedvaten naar haar lever in orde zijn. Als dit niet het geval is kan ze hopelijk direct geopereerd worden. Een dergelijke operatie is zeer zeldzaam en moeilijk en kan daarom alleen door specialisten gedaan worden. Om haar een beetje te laten bijkomen krijgt Snoezel een speciaal "lever-"dieet en wordt een afspraak gemaakt met de Universiteitskliniek in Utrecht. Snoezel knapt al een beetje op van het dieet en de volgende week heeft ze een afspraak in Utrecht. Gelukkig wordt ons wachten beloond, Snoezel bleek inderdaad een levershunt te hebben en is inmiddels succesvol geopereerd. Afgelopen week sprak ik Snoezels baasje nog eens en zij verzekerde me dat het leek of ze een nieuwe hond had gekregen.

Ondanks het feit dat ik Snoezel niet zelf heb kunnen opereren ben ik toch een beetje trots dat we zo ver zijn gekomen met haar! Als we de aandoening nog later hadden gevonden was ze misschien te ziek geweest om nog geopereerd te kunnen worden. Laten we hopen dat de rest van haar leventje voorspoedig verloopt en dat ze nog veel mag genieten van al dat lekkere voer dat ze krijgt want inmiddels is ze natuurlijk wel het een en ander gewend! Ik heb uit betrouwbare bron dat Snoezel nog steeds af en toe verwend wordt met een tartaartje, het enige verschil is dat ze er nu dol op is!

Tot de volgende keer, Jan-Willem van den Bosch

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor