Deel 7: Suikerziekte

Er zijn situaties waar je als dierenarts enigszins gefrusteerd door voelt. Over het algemeen kunnen wij de dieren goed helpen en die dieren die niet meer te helpen zijn daar heb je meestal vrede mee. Tenslotte kunnen wij net als de humane artsen niet al onze patienten beter maken. In tegenstelling tot de humane artsen hebben wij echter niet alleen met de patient te maken maar ook in zeer grote mate met de eigenaar. Als het dier wel te helpen is maar de eigenaar wil dat niet, dan heb je als dierenarts een probleem. Over het algemeen doen die situaties zich voor als de eigenaar de behandeling niet kan of wil betalen. In het volgende geval, dat mij zeer ter harte ging, waren de financien niet het probleem maar de emoties van de eigenaar.

Op een zaterdagochtend op het open spreekuur was het zo druk dat ik mijn collega de helpende hand bood . Een van mijn patienten was een oudere bastaard hond "Carla" die haar ogen wegdraaide en erg sloom was. Carla wilde niet eten maar dronk en plaste veel. Het was een niet gesteriliseerd teefje van 10 jaar Ze had 3 weken terug een antiloopsheid injektie gehad. Daarna was het vele drinken begonnen.

Daar het een ouder niet gesteriliseerd teefje betrof was ze met deze klachten direkt verdacht van een baarmoederontsteking. Veel oudere teven ontwikkelen die aandoening, en zeker als ze regelmatig gespoten worden tegen de loopsheid. Het bleek echter dat de baarmoeder normaal was na een echoscopisch onderzoek van de buik. Vervolgens werd bloedafgenomen om de lever en nier functie en het suikergehalte in het bloed te bepalen. Na een half uurtje wachten kon ik de eigenaar mededelen dat het suikergehalte van het bloed veel te hoog was. De hond had dus suikerziekte. Ook deze aandoening komt vooral voor bij oudere niet gesteriliseerde teven. Ook hierbij geldt dat het geven van injekties tegen de loopsheid deze ziekte bevorderen.

Suikerziekte wordt veroorzaakt doordat de alvleesklier onvoldoende Insuline produceert. Hierdoor ontstaat een te hoog suikergehalte in het bloed omdat insuline nodig is om het suiker uit het bloed voor de lichaamscellen beschikbaar te maken. Bij een hoog bloedsuiker gehalte laten de nieren dit suiker door, waardoor er suiker in de urine is aan te tonen. Dit suiker neemt extra vocht mee waardoor de hond meer gaat plassen en als gevolg daarvan meer moet drinken. Omdat suiker een belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal de hond meer gaan eten maar desondanks gewicht verliezen. De hond wordt sloom en kan uiteindelijk zeer ziek worden.

De belangrijkste verschijnselen zijn dus:

  • veel drinken en plassen
  • veel eten (in eerste instantie)
  • vermageren

Daar bij teefjes de alvleesklier ongunstig beinvloed wordt door de hormonen uit de eierstokken is het vaak zo dat de suikerziekte verdwijnt na een sterilisatie. Datzelfde geldt voor het toedienen van de antiloopsheids injekties. Als deze is uitgewerkt kan de aandoening weer genezen. Het is wel vaker zo dat het een eigenaar opvalt dat de hond een paar weken na de antiloopsheid injektie een periode meer is gaan drinken. Bij reuen is er vaak een andere achterliggende oorzaak van het optreden van suikerziekte. Deze moeten gescreend worden op de ziekte van Cushing.

Suikerziekte is goed te behandelen maar vergt wel veel inzet van de eigenaar. De hond moet elke dag op een vast tijdstip gespoten worden (door de eigenaar) met insuline en daarna op vaste tijdstippen gevoerd worden. Vooral in het begin moet de eigenaar regelmatig 7 uur na toediening van de insuline voor controle komen. Dan wordt een klein beetje bloed afgenomen en gekeken hoe hoog het suikergehalte in het bloed is. De dosis kan dan evt. aangepast worden. Teefjes dienen gesteriliseerd te worden. Een behandeling is echter wel moeilijker en soms niet zinvol meer als de suikerziekte al wat langer bestaat en wordt gecompliceerd door een verzuring van lichaam waardoor de organen zijn aangetast. Dit is via urine en bloedonderzoek te bepalen. Ook een reu waarbij de ziekte van Cushing de oorzaak is is zeer moeilijk te reguleren.

 

Carla het bastaardteefje van 10 jaar was een lieve hond en de eigenaar was erg begaan met haar. Ik legde uit dat gezien het feit dat zij een teefje was dat bovendien nog onlangs gespoten was met een antiloopsheid injektie de prognose redelijk gunstig was hoewel ik niet kon beloven dat het goed zou gaan. De inwendige organen waren nog niet aangetast door een verzuring van het bloed . Carla moest wel eerst gereguleerd worden om haar suikergehalte te laten dalen. Een direkte sterilisatie van de hond is niet aan te raden ivm extra risicos bij het opereren van een niet gereguleerde suikerziekte patient. Bovendien was te verwachten dat de antiloopsheidinjektie nog wel een paar maanden de suikerziekte zou onderhouden. Maar als die was uitgewerkt was er toch een redelijke kans dat haar behandeling voor suikerziekte maar tijdelijk was. Kortom het zou wel wat moeite en kosten met zich meebrengen maar het was toch zeker die moeite waard.

De hond werd voor dat weekend opgenomen om de eerste dosis van insuline in de gaten te houden, de hond at immers niet en dat kan wat problemen geven met de instelling in eerste in stantie. Eigenlijk was het mijn vije weekend maar dit zijn uitzonderingen waar ik toch graag mij voor inzet. Door het vele plassen moest Carla elke 2-3 uur naar buiten. Kortom ik was er behoorlijk druk mee dat weekend en het logisch dat je dan ook een band op bouwt met zo'n lieve hond als Carla . Als ik haar met de hand voerde wilde ze wel eten. Maandag was Carla erg onrustig want al die drukte met opgenomen (operatie patienten) vond ze maar niets. Ik besloot om de hond naar huis te laten gaan en twee dagen later terug te laten komen voor controle van het bloedsuikergehalte. Haar bloedsuiker was nog wel te hoog maar ik durfde haar niet meer insuline te geven omdat ze dan mogelijk naar beneden zou schieten en een "hypo" zou krijgen. Hierbij is het suikergehalte in het bloed te laag en kan het dier in coma raken.

De eigenaar belde de volgende dag dat Carla erg sloom was en niet wilde eten. Aangezien ze de volgende dag op controle zou komen zou hij of nog even wachten tot de volgende dag of als het echt niet goed ging diezelfde dag nog komen. De volgende ochtend stond Carla op tafel en ik rook al wat het probleem was. Carla stonk naar aceton uit haar bek. Dat betekende dat de dosering van de insuline toch nog te laag was waardoor toch verzuring van het bloed was opgetreden. Daardoor wilde ze niet eten en was ze zo sloom. Ik nam haar weer op en legde haar aan het infuus om de verzuring uit het bloed te spoelen en de dosis insuline werd aangepast. Dit was even een tegenslag voor de eigenaar maar hij wilde graag dat wij er alles aan deden om het goed te krijgen. Ik kon die ochtend niets beloven maar aangezien de verzuring nog maar kort bestond waren haar kansen best redelijk. Dat bleek ook 24 uur later was Carla weer helemaal de oude en voelde zich weer prima, haar suikergehalte was nu ook goed en ze had weer een gezonde eetlust. Kortom iedereen op de kliniek was opgetogen dat het weer zo goed ging met haar.

U zou denken eind goed al goed na dit verhaal, maar het venijn zit hem in de staart. Carla deed het weer prima maar net toen ik de eigenaar wilde bellen dat het zo goed ging belde hij naar de dierenkliniek. We moesten er maar een einde aan maken, hij kon het emotioneel niet meer aan. Hij was er van overtuigd dat de hond leed en de hond moest maar worden geëuthanaseerd. Hoe ik ook praatte als Brugman en de eigenaar smeekte om dan toch naar Carla te komen kijken, niets mocht baten.

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor