Fotoreportage Castratie Prairiehond

Deze fotoreportage laat de uitvoering van een castratie van een prairiehond zien.

Net als bij elke andere operatie wordt er eerst een lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Een bloedonderzoek kan ook worden uitgevoerd als onderdeel van het vooronderzoek. Zijn alle onderzoeken normaal dan wordt een pijnstiller en eventueel antibioticum gegeven. De narcose wordt op diverse manieren gestart. Dit is afhankelijk van het dier en zijn situatie (rustig of gestresst). In alle gevallen wordt gebruik gemaakt van gasnarcose. In een aantal gevallen wordt deze vooraf gegaan door een injectie met een middel waardoor de prairiehond slaperig wordt. ECG klemmetjes worden aangebracht om tijdens de operatie de hartslag te bewaken.

Voordat we beginnen aan de operatie wordt de plek voor de snede gereinigd en gedesinfecteerd. Prairiehonden hebben geen echt scrotum (balzak) zoals andere dieren.

Daarna wordt een plastic operatiedoek over het dier gelegd. Het voordeel van een plastic doek is dat er geen vocht in de doek trekt, zodat de wonden niet geïnfecteerd raken. In de operatiedoek wordt een klein gat gemaakt ter hoogte van de uiteindelijke snede.

De huid wordt over de bal ingesneden en de bal wordt naar buiten gemasseerd.

Om de bal bevindt zich een vlies, de Tunica vaginalis. Dit dunne vlies is een onderdeel van de buikwand, wat bij dit dier via het lieskanaal in de balzak is gezakt.

Na het openen van dit dunne vlies bestaat er een directe verbinding met de buikholte. De testikel wordt uit het vlies gehaald. De bijbal - die aan de punt met dit vlies is verbonden - wordt losgemaakt van het vlies.

Op dit moment ligt de gehele testikel, inclusief bijbal, buiten het vlies. Aan de onderzijde van de testikel bevindt zich een hele hoop vetweefsel dat om de zaadleider en de bloedvaten zit opgeslagen.

De bloedvaten en de zaadleider worden afgebonden met een hechtdraad. Daarna wordt de testikel losgeknipt, net boven de hechting.

Wat resteert is een klompje "vet", met daarin de zaadleider en bloedvaten.

Het vet wordt weer terug naar de buikholte geplaatst, via het vliesje dat eerder nog ronde de testikel zat, de Tunica vaginalis.

Nu moet alleen nog het vlies wat eerder rond de testikel zat - de Tunica vaginalis - worden gesloten.

Met een hechting wordt dit vlies - de Tunica vaginalis - gesloten. Op deze manier wordt voorkomen dat er via het lieskanaal vet of ingewanden in het vlies terecht komen.

De huidwond kan gehecht of open gelaten worden. In het laatste geval sluit de huid binnen enkele uren vanzelf. Hier wordt de huid met een onderhuidse hechting gesloten.

Door de hechting onderhuids te plaatsen is de hechtdraad niet meer te zien.

Ook de knoop van de hechting valt mooi weg onder de huid. De prairiehond ziet de hechtingen zelf ook niet en zal er dus niet aan zitten.

Deze gehele procedure wordt herhaald bij de andere testikel.

De gecastreerde prairiehond mag vervolgens naar de opname om bij te komen van de operatie. Hier wordt steeds goed opgelet op zijn lichaamstemperatuur. De temperatuur is extreem belangrijk, want alleen een knaagdier met een normale lichaamstemperatuur zal de narcose goed verwerken. De snelle verwerking van de narcose zorgt voor een snelle start van de darmbewegingen en de eetlust. Pas wanneer de prairiehond op temperatuur is en weer zelfstandig eet mag hij naar huis. Uiteraard krijgt hij een goede pijnstilling mee om te voorkomen dat hij in de dagen na de operatie nog pijn zou ervaren.

Na 10 dagen wordt hij weer in de kliniek verwacht voor een gratis controle van de wondjes. Aan de huid moet dan bijna niets meer te zien zijn van de ingreep. De vacht zal binnen enkele weken tot maanden aangroeien.