Onderrugprobleem

"Lumbaal-spinale stenose" en "Cauda equina syndroom" zijn allemaal benamingen voor in principe het zelfde probleem. Waar het bij lumbosacraalstenose om draait, is een vernauwing van het ruggemergkanaal resulterend in beknelling van het laatste gedeelte van het ruggemerg (de cauda equina). Deze vernauwing ontstaat ter hoogte van de laatste lendewervel (lumbaal) en het heiligbeen (sacrum). Het is een aandoening van voornamelijk de grotere hondenrassen, vooral bij de Duitse herder en de Mechelse herder zien we deze aandoening veel. De problemen beginnen meestal op middelbare of oudere leeftijd.

Oorzaak
De vernauwing kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een instabiliteit tussen de lumbale wervel en het sacrum, het lichaam probeert dit weer te stabiliseren door extra botvorming (spondylose). Honden die zwaar werk verrichten lopen nog eens extra risico op deze problemen. Een andere redelijk veel voorkomende oorzaak is de hernia, daarbij is de uitpuilende tussenwervelschijf verantwoordelijk voor de vernauwing. Tenslotte komt bij kleine rassen een aangeboren vorm voor.

Verschijnselen
De verschijnselen bij lumbosacraalstenose kunnen heel divers zijn. Moeite met opstaan, in de auto springen en traplopen zijn de milde verschijnselen. Eigenaren van deze honden melden ons vaak alleen maar dat hun hond "nu toch wel oud" begint te worden. Ernstiger symptomen zijn (soms zeer) pijnlijke rug bij aanraking, sloffen, wankel lopen en verminderde bespiering van de achterpoten. In de meest ernstige gevallen heeft een hond neurologische uitval van de achterpoten en kan zijn ontlasting en/of urine niet meer ophouden.

Diagnose
Om de diagnose lumbosacraalstenose te stellen is het noodzakelijk röntgenfoto's te maken. Er zijn namelijk een aantal aandoeningen die vergelijkbare symptomen laten zien zoals HD en bepaalde zenuwaandoeningen. Bovendien kunnen we dan uitsluiten of er geen tumor of bacteriele botontsteking in het spel is. De vooruitzichten en behandelingen van bovenstaande aandoeningen zijn dermate uiteenlopend dat het absoluut de voorkeur geniet eerst de diagnose te stellen voordat we gaan behandelen.

Behandeling
In eerste instantie behandelen we alle honden met medicijnen om de irritatie in het gebied te remmen. Er zijn verschillende werkzame middelen, de ene hond reageert goed op het ene, de andere goed op het andere middel. Zeer belangrijk voor een succesvolle therapie is absolute rust voor 4-6 weken. Dat betekent aangelijnd uitlaten om de behoeften te doen, niet springen en spelen. Daarna mag langzaam de beweging worden opgevoerd. Wanneer de problemen telkens terugkomen is theoretisch gezien chirurgie de beste keuze, de resultaten zijn erg bevredigend. In praktijk wordt er vaak voor gekozen de hond voor de rest van zijn leven medicijnen te geven. Wanneer deze goed werken is dit een redelijk goede tweede optie. Wanneer uw hond te zwaar is, is het voor de prognose van de aandoening belangrijk dat u af laat vallen. Wanneer sommige medicijnen gegeven worden kan het zijn dat een groter hongergevoel krijgt, het is dan ook erg belangrijk hier NIET aan toe te geven. Wanneer medicijnen niet (meer) goed werken of wanneer er ernstige neurologische uitval is, dan is chirurgie de enige optie. Ruggewervelchirurgie is technisch moeilijk en kostbaar. Bovendien moeten voorafgaande aan de chirurgie speciale rontgenfoto's met een contrastmiddel gemaakt worden.

Vooruitzichten
Met medicatie en 4-6 weken rust zijn meestal zeer goede resultaten te halen. Bij een aantal honden zullen de problemen terugkeren. Dit zijn in principe de honden die voor chirurgie in aanmerking komen. Is chirurgie voor de eigenaar geen optie dan is het mogelijk de hond levenslang op medicijnen te zetten. Het is dan de bedoeling langzaamaan de laagst werkende dosering te zoeken. De vooruitzichten van chirurgie zijn erg goed. Zo'n 90% van alle honden zijn klachtenvrij na de operatie. Alleen indien er neurologisch uitval is dan ligt het succes percentage veel lager.