Cardiologie

Onder de Cardiologie vallen alle aandoeningen van het hart en van de bloedvaten. Niet alleen oude dieren krijgen problemen met het hart, hoewel we dit wel regelmatig bij dieren op oudere leeftijd constateren. Ook jonge dieren kunnen hartproblemen hebben, vaak zijn dit aandoeningen die bij de geboorte reeds aanwezig zijn.

Aangeboren hartaandoeningen
Wanneer een dier nog in de buik van de moeder zit voor de geboorte, wordt het hart aangelegd. Er ontwikkelen zich twee boezems en twee kamers, die door middel van kleppen met elkaar verbonden zijn. Tijdens deze ontwikkeling kunnen er een aantal dingen fout gaan. Er kan een gaatje in het hart zitten, waardoor bloed van de linker kant direct naar de rechter kant van het hart stroomt. Hierdoor komt er te weinig bloed in de longen terecht en kan er te weinig zuurstof vanuit de longen in het bloed worden opgenomen. Zo kan er een tekort aan zuurstof in de organen optreden, met alle gevolgen van dien.

Tevens kunnen de hartkleppen niet voldoende gegroeid zijn of kunnen er teveel, of verkeerde bloedvaten zijn aangelegd. Dit kan als gevolg hebben dat het hart niet efficiënt genoeg kan werken en het lichaam niet overal voldoende van bloed voorzien wordt. Het bloed voorziet in zuurstof en in voedingsstoffen en bij tekort kan er significante schade optreden.

De eerste klachten die we kunnen verwachten bij dieren met aangeboren hartaandoeningen zijn bijvoorbeeld een verminderd uithoudingsvermogen, hoestklachten, een verminderde eetlust en sloomheid. Soms is er nog helemaal geen duidelijke klacht maar wordt er slechts een ruisje op het hart gehoord bij het eerste onderzoek.

Verkregen hartaandoeningen. 
Oudere dieren hebben vaak verkregen hartproblemen. Zo hebben kleinere honden vaak problemen met versleten en lekkende hartkleppen, en zien we bij grote rassen vaker dat de hartspier als zodanig aangetast is. De hartspier kan dan niet meer goed samentrekken en het bloed door het lichaam heen pompen. Hij wordt een stuk dunner en het hart als geheel een stuk groter.
Bij katten komt het ook voor dat de hartspier aangetast wordt, alleen wordt deze dan juist een heel stuk dikker dan normaal. De spier verdikt echter naar binnen toe en niet naar buiten, waardoor het hart inwendig een heel stuk kleiner wordt en niet meer voldoende bloed kan bevatten.
Bovendien zien we bij katten vaker dat deze aandoening samen gaat met andere problemen, waaronder een overmatig actief werkende schildklier, een te hoge bloeddruk en (chronische) nierproblemen.

Diagnostiek
Indien er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een hartprobleem, wordt geadviseerd om verder onderzoek te laten uitvoeren.
In de meeste gevallen wordt in eerste instantie geadviseerd een hartfilmpje (ECG) te laten maken, vaak in combinatie met een röntgenfoto. Wanneer vermoed wordt dat er sprake in van een aangeboren hartafwijking, is het verstandig een echo te laten maken. Met behulp van deze diagnostiek kan de hartafwijking duidelijk in beeld gebracht worden waarna vervolgens de beste behandeling kan worden ingesteld.

In sommige gevallen is er nog aanvullend onderzoek noodzakelijk. Bloedonderzoek voor een overmatig werkende schildklier, het functioneren van de nieren, de hoogte van de bloeddruk en de balans van sommige mineralen in het bloed geven allemaal extra informatie. Dit is nodig om de juiste therapie in te kunnen stellen.

Behandeling
Na sommige behandelingen kunnen we het dier 'genezen' verklaren. Dit geldt met name voor enkele therapieën die ingezet worden bij aangeboren hartafwijkingen. Voor verkregen hartaandoeningen geldt dat behandeling de levensduur significant kan verlengen en daarbij ook de kwaliteit van het leven aanzienlijk verbetert.

Zeker bij patiënten die tot deze laatste groep behoren, is het belangrijk dat er vaak controles worden gepland bij de dierenarts. Dit is nodig om te zien of de ingestelde behandeling het juiste effect heeft of dat deze moet worden aangepast cq. aangevuld.

Vorige pagina: Chirurgie | Volgende pagina: Dermatologie