Deel 110: Cavia met Hartklachten

Ruim anderhalf jaar geleden kwam Nijntje bij ons in de praktijk. Deze roodharige cavia van drieënhalf was vrij plotseling benauwd geraakt. Aangezien Nijn al een hele tijd bij ons in de praktijk bekend was, ondernam zijn eigenaresse ook dit keer weer de reis van Wageningen naar Helmond. Met één blik zag ik aan Nijn dat hij alleen nog maar bezig was om te kunnen ademen, de rest kon hem gestolen worden. Met open bek zat hij te pompen op de behandeltafel. Zijn longen maakte reutelende geluiden.

Ik aarzelde niet langer en maakte samen met onze assistente een röntgenfoto. Daaruit bleek dat Nijns borstkas meer vocht dan lucht bevatte. Opvallend was dat we zijn hart niet eens meer konden zien door al dat vocht. De verklikker was in dit geval de luchtpijp, die omhoog gedrukt werd tegen de wervels van de borstkas. Dit moest wel komen door een vergroot hart. Direct besloten we vochtafdrijvende medicatie te geven aan Nijn zodat zijn longen en zijn hart weer meer ruimte zouden krijgen in de borstkas. Binnen enkele uren werd Nijn weer rustiger. Dit was het moment waarop we allemaal wachtten.

De volgende morgen werd bij Nijn een ECG gemaakt. Hiermee bepaalden we het functioneren van het hart. Bij Nijntje werden afwijkingen gevonden die pasten bij een vergroting van het hart, aangeduid met de medische term Dilatatoire Cardiomyopathie (DCM). We besloten om deze cavia te gaan behandelen met vochtafdrijvers en hartmedicijnen. Hij mocht weer naar huis.
Een maand na het stellen van de diagnose DCM zagen we Nijn weer op controle. Hij was duidelijk heel wat vrolijker dan eerder en beet ook weer van zich af als we hem in zijn buik voelden. Dat was de manier waarop we hem kenden. Een ECG werd gemaakt om te kijken hoe de hartfunctie was. Hieruit bleek dat er wat verschillen waren met het eerdere ECG. Een derde medicijn werd ingezet om de hartfunctie te verbeteren. De afspraak was om een maand later weer een controle ECG te maken. Dat was een goede zet. Het controle ECG gaf duidelijk verbeteringen aan in de hartfunctie. Het belangrijkste verschil, de hartslag was minder snel.

Het was vier maanden na Nijns eerste bezoek dat er een kentering kwam in zijn vooruitgang. Hij werd weer benauwd en we besloten Nijntje naar Utrecht te sturen voor verder onderzoek. Aan de Faculteit diergeneeskunde in Utrecht werd met Echoscopisch onderzoek gezien dat er nu ook vocht rond het hart stond, in het hartezakje, een vlies dat zich normaal dicht tegen het hart aan bevindt. Dit vocht beperkte de toch al slechte functie van Nijns hart nog meer. De hartmedicatie werd enigszins aangepast en een afspraak werd gemaakt om het vocht weg te zuigen. Bij die tweede afspraak aan de Universiteit in Utrecht werd gezien dat het vocht rond het hart was verdwenen. Waarschijnlijk had de wijziging in medicatie toch voldoende effect gehad.

Maar weer sloeg het noodlot toe. Amper een week na zijn laatste echo kreeg Nijntje last van zijn darmen. Het bloedonderzoek dat we in onze praktijk uitvoerden liet gelukkig geen afwijkingen zien. De nierfunctie bleek prima, net als Nijns leverfunctie en zijn mineralenbalans. Wederom was een wijziging in de medicijnen nodig om het tij te keren. Want behalve de hartmedicijnen moest Nijn nu ook medicatie voor zijn darmen. Gelukkig bleek dit een gouden greep. Nijn kwam er weer bovenop en zijn darmen gedroegen zich weer normaal.
Het was pas twee maanden later dat Nijns hart het opgaf. Inmiddels zaten we alweer een half jaar nadat zijn hartprobleem was opgemerkt. Dankzij de medicatie en de goede zorg van Nijns baasje had hij het al die tijd gered. Nijntje werd 3 jaar en 11 maanden.

Cavia's worden gemiddeld zo'n 6 jaar (afhankelijk van de ondersoort). Een half jaar respijt is dus al gauw een belangrijk deel van het leven (vergelijkbaar met 10-15 jaar voor een mens).