Deel 129: Herten en Parken

Naast mijn werk in de kliniek zet ik mij ook vrijwillig in voor de stichting Jan Visser Dierenparken. Ik ben beheerder van drie dierenparken in Helmond: de Rippert in de Rijpel, de Warande en het Hortensiapark. Dat ik beheerder ben houdt in dat ik kan bepalen welke dieren er horen rond te lopen in de parken en dat ik mag aangeven welk onderhoud er moet gebeuren, een soort dierentuindirecteur in het klein. Maar het houdt vooral in dat ik gebeld wordt als er iets aan de hand is. Oftewel: “Stijn, wil je nu even langskomen op het park!”

Drie poten

De afgelopen weken was er een geboortegolf van herten in de Warande en de Rippert. Veel jonge herten zagen het levenslicht. Wat ook wel prettig was, aangezien er nog steeds niet met de geiten en schapen gefokt kon worden in verband met Q-koorts. De bevallingen van de eerste hertjes gingen allemaal goed. Tot de laatste twee weken. Toen werd ik gebeld over een hinde uit de Warande. Zij was al een dag bezig met bevallen, maar de bevalling wilde maar niet vlotten. Maar aangezien de herten niet te benaderen zijn moest deze hinden worden verdoofd. Dat verdoven gebeurde van een afstand, met een blaaspijp. Na vijf minuten was de hinde zo goed verdoofd dat ze naar haar hok kon worden gebracht, waar we gingen kijken waarom de bevalling niet doorzetten.

Al snel bleek dat het veulen in stuitligging lag. Daarnaast staken er drie poten aan de achterkant van de hinde uit. Behalve de twee achterpoten dus ook nog een van de voorpoten. Dit veulen lag dus helemaal niet goed. Het terugleggen van de voorpoot lukte met enige moeite, maar iedere keer als ik het veulen terugduwde, begon moeders weer te persen. Met nog maar twee poten in de geboorteweg moest gekeken worden of de bevalling überhaupt kon doorgaan. De bekkenvleugels moesten nu ver genoeg uit elkaar staan zodat het bekken van het veulen er doorheen kon. Maar ook daar ging het mis. Het bekken van de hinde was te smal voor dit veulen. Dat lukte nooit. Toen ook nog eens bleek dat het veulen dood was, werd besloten het veulen in gedeelten eruit te halen. Deze bevalling was dus helaas niet zo’n succes.

Op safari

Amper twee weken later ging mijn telefoon weer. Nu was er in de Rippert een hinde waar de bevalling niet van vlotte.’s Ochtends was er nog niets aan haar te zien, maar in de middag was de bevalling gestart. Na het werk reed ik daarom naar de Rippert om poolshoogte te gaan nemen. Nu liep er een hinde in de wei met twee uitstekende pootjes. Deze poten staken al een stuk verder uit dan bij de hinde uit de Warande. Maar weer een stuitligging. Dat de poten zo ver uitstaken was een goed teken. Waarschijnlijk zat het bekken nu maar beperkt klem. Voor een goede inspectie moest ook deze hinde worden verdoofd met de blaaspijp. Na haar prikje liep moeders nog even iets verder de wei in, maar kwam onder de bomen tot stilstand. Toen ze daar eenmaal lag kon het veulen met enkele draaibewegingen worden bevrijd uit zijn benarde situatie.

Zodra dit bokje eruit was deed hij pogingen om te ademen. We haalden wat slijm uit zijn keel en neus, waarna hij het helemaal zelfstandig moest doen. Omdat de hinde nog onder narcose was wreven we de bok droog. Het bokje, die uiteindelijk niet in de groep erbij zou kunnen werd herplaatst, zodat hij uiteindelijk ergens anders terecht kan. Zowel de hinde als de bok doen het erg goed. Zo voelt het leven van deze “dierentuindirecteur” toch nog geweldig!