Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor

Het is weer tijd voor een bizar, maar waargebeurd verhaal. Twee weken geleden werd Punky, een kater van 7 maanden, bij Dierenkliniek “Brouwhuis” binnen gebracht. De dame die Punky meegenomen had was niet de eigenaresse. Ze had Punky voor de deur gevonden en deze kater wilde niet meer weg. Eenmaal in huis bleek Punky wel een hele lieve kat te zijn. Maar er was een ding, zei de vindster: “Er komt een piepgeluid uit zijn linker oor.”

Vol ongeloof luisterde ik aan Punky’s linker oor. En inderdaad, er kwam een hoge pieptoon uit zijn linker oor. Het klonk als een hoge piep die je normaal hoort op de dag na een concert. Bij Punky’s rechter oor was het stil. Punky zelf leek er maar weinig last van te hebben. Bij mijn onderzoek kon ik geen oorzaak vinden voor het piepgeluid. De linker gehoorgang was tot aan het trommelvlies leeg en schoon. De schedel voelde normaal aan en er was ook geen aanwijzing dat Punky iets was overkomen tijdens zijn zwerftocht. Gelukkig had Punky wel een chip, tussen zijn schouderbladen, dus ook niet in de buurt van zijn oor. Die chip stond geregistreerd op een asiel in de buurt. Met één telefoontje kwamen we in contact met Punky’s eigenaar, die dicht bij de vindster bleek te wonen. Uit het gesprek met de eigenaar van Punky bleek dat hij de pieptoon zelf nooit gehoord had. Hij gaf aan meestal de radio of televisie aan te hebben, waardoor zo’n geluid ook nooit echt opgevallen zou zijn. Mijn interesse was gewekt. Een onverklaarbaar geluid dat uit een oor komt. Het eerste wat ik deed was röntgenfoto’s maken. Ik wilde zien of er iets afwijkends was aan Punky’s schedel. Maar op de röntgenfoto’s bleek niets geks te zien. Zijn middenoor zag er aan beide kanten perfect uit. En ook aan de rest van de schedel waren geen afwijkingen zichtbaar. En er waren geen structuren zichtbaar die er niet hoorden te zitten. Hier moest iets vreemds aan de hand zijn.

De röntgenfoto’s van de schedel van Punky laten geen afwijkingen zien. Beiderzijds ziet het middenoor, de ronde holten ter hoogte van de oren, er schoon uit.

Als eerste belde ik met de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. De eerste die ik het verhaal uitlegde begon te lachen en vroeg of ik zeker wist dat er een geluid uit het oor kwam. Maar hij zou de vraag direct voorleggen aan een van de specialisten. Na enkele minuten geduld bleek deze specialist er wel eens iets over gehoord te hebben, maar ik kon beter de dierenartsspecialist KNO bellen. Tijdens het telefonisch spreekuur van de afdeling KNO kwamen we echter niet verder. Een oor dat een geluid produceert was niet iets waar deze specialist eerder van gehoord had. Mogelijk wist een van de andere specialisten er meer over. Helaas was die nog twee weken afwezig.

Niet afgeschrikt door deze eerste tegenslag bedacht ik me om het in de humane geneeskunde te gaan proberen. Ik belde met het Elkerliek in Eindhoven met de vraag of dit iets was wat bij mensen voorkwam. De assistente gaf aan dat zij er nog niet eerder van gehoord had. De meeste mensen kwamen bij hun met de klacht “oorsuizen”. Maar dat was dan een geluid dat die persoon alleen zelf hoorde en de omgeving niet. Dus of het bij de mens voorkwam dat ook anderen dit oorsuizen konden horen, dat wist ze niet.

Via mijn zoektocht op internet kwam ik op de website van de KNO-Vereniging terecht. Iemand uit het bestuur van deze vereniging zou mij toch wel meer moeten kunnen vertellen? Uiteindelijk kwam ik uit bij de KNO afdeling van het ziekenhuis in Hengelo. Na eerst nog de assistente hartelijk aan het lachen gemaakt te hebben met mijn verhaal, kreeg ik een van de KNO artsen aan de lijn. Hij had zelf nog nooit gehoord van een geval waarbij het oorsuizen voor de omgeving hoorbaar was, maar verwees met door naar het Audiologisch Centrum Twente. Daar bleek dat een van de audiologen mij kon helpen. Hij wist mij te vertellen dat deze aandoening ook bij de mens voorkwam. Hij noemde het een “objectieve tinnitus”, waarbij “tinnitus” staat voor oorsuizen. Het “objectieve” zou betekenen dat dit oorsuizen aan de buitenzijde hoorbaar was. In zijn carrière was deze audioloog het één keer tegen gekomen bij een patiënte. Blijkbaar had deze patiënt er zelf geen last van. Mensen in haar omgeving echter wel. Er bleek helaas geen behandeling te bestaan, dus de klacht kon niet verholpen worden.

Met het zoeken naar artikelen over deze “objectieve tinnitus” kwam ik er achter dat deze aandoening ook wel “spontane otoacoustische emissie” genoemd wordt en voorkomt bij de mens, hond, rat, cavia en chinchilla. Bij de meeste dieren werd deze aandoening opgewekt door het gehoor te beschadigen met harde geluiden. Alleen bij de mens en de hond kwam deze aandoening ook spontaan voor. Maar het ging dus om een bijzonder zeldzame aandoening. Waar de oorzaak precies lag was nog niet duidelijk. Men dacht dat het waarschijnlijk ontstond in het binnenoor, in het slakkenhuis om precies te zijn. In het slakkenhuis bevinden zich de haarcellen. Deze cellen worden door geluid in trilling gebracht. Door de trilling van de haarcellen worden electrische signalen aangemaakt, die door de hersenen als geluid worden geregistreerd. Maar deze haarcellen kunnen ook geluid produceren. Hier maken de artsen gebruik van bij gehoortesten, onder andere voor jonge kinderen. Door met apparatuur een geluid in het oor te maken, meestal klikjes, trillen de haarcellen. De haarcellen geven vervolgens een geluidje terug dat wordt waargenomen door de testapparatuur. Zo wordt gecontroleerd of een oor geluid kan waarnemen. Bij mensen met “spontane otoacoustische emissie” zouden de haarcellen constant trillen. Daardoor genereren ze een constant hoogtonig geluid.

Inmiddels was de eigenaar van Punky op de kliniek geweest en had Punky meegenomen naar huis. Maar eerst hadden we afgesproken dat wij Punky een week later zouden gaan castreren. Dan konden we die dag ook meer onderzoek doen aan Punky’s oren.

Vorige week kwam Punky dus weer terug voor zijn castratie en meer onderzoek aan zijn oor. Ik had contact opgenomen met het Audiologisch Centrum in Eindhoven en twee medewerkers waren die dag ook op de kliniek aanwezig. Zij brachten professionele opname- en meetapparatuur mee naar de kliniek, zodat we het geluid in Punky’s linker oor konden meten. De pieptoon uit Punky’s linker oor bleek een sterkte te hebben van 40 decibel, vergelijkbaar met iemand die fluistert op enkele meters afstand. Daarnaast was de frequentie van het geluid ongeveer 6000 Hertz. Om de opname-apparatuur te testen besloten we ook het rechteroor te meten, want dan moest de meter niets aangeven. Tot onze stomme verbazing bleek Punky’s rechter oor nu ook een pieptoon te produceren. Het klonk even hard als in het linkeroor, alleen was de frequentie iets lager, rond de 5000 Hertz. Dat verschil in toonhoogte was ook voor ons goed te horen. Na de metingen mocht Punky weer terug naar de opname en werd hij nog even geknuffeld door de assistentes. Met de medewerkers van het Audiologisch Centrum sprak ik af om in de nabije toekomst aanvullende onderzoeken te doen bij Punky. Misschien konden we zo meer te weten komen over het ontstaan van de pieptonen die uit Punky’s oren kwamen. Een wetenschappelijk artikel over deze bijzondere aandoening zou een goede beloning zijn voor onze inspanningen. En Punky? Die werd na alle onderzoeken gecastreerd en maakte zich maar om een ding druk, waar zijn voer bleef, want hij mocht de hele dag al niet eten vanwege zijn castratie.

Stijn Peters, dierenarts

De pieptoon die Punky’s linker oor produceert heeft een frequentie van 6000 Hertz. In het golfspectrum is een duidelijke piek te zien rond de 6000 Hertz. Luister

De pieptoon die uit Punky’s rechter oor hoorbaar is heeft een iets lagere frequentie, namelijk 5000 Hertz. Dit verschil in toonhoogte is ook duidelijk hoorbaar.Luister