Deel 148: Schijn bedriegt

Zomaar een dagje in Dierenkliniek "Brouwhuis” (148)
“Schijn bedriegt”

Waarschijnlijk wist u het nog niet, maar zelf heb ik twee katten thuis. De witte poes luistert naar de naam Mieneke. (Nou ja, misschien is ‘luisteren’ wat overdreven want ze heeft duidelijk een eigen willetje, maar het is wel gelukt haar het commando ‘zit’ te leren). Mieneke is een ‘millenniumbaby’ die in 2000 is komen aanlopen in onze tuin. Helemaal ziek en onderkomen kon ik het niet over mijn hart krijgen haar weg te sturen. Dus mocht ze blijven. Jarenlang had ze het rijk voor zich alleen, tot ik in 2007 de vraag kreeg van een bejaarde man of ik iemand wist die zijn kat (Polleke) wilde adopteren omdat hij er zelf niet meer goed voor kon zorgen. Nu moet u weten dat Polleke een erg bange poes is, met veel klachten van diarree. Niet zo eenvoudig dus om hier een adoptieouder voor te vinden. En wat doe je dan als weekhartige dierenarts… juist ja, je neemt ze zelf in huis. Mieneke was het daar duidelijk niet mee eens. Een hoge rug en een dikke staart maakten duidelijk dat ze er niet mee gediend was. Lang heeft ze eraan moeten wennen dat ze nu de aandacht moest delen. Dagenlang heeft ze van de stress haren verloren en niet goed willen eten. Heel haar gestructureerd leventje stond op zijn kop. En dat was natuurlijk allemaal de schuld van die nieuwe poes! Meer dan eens zag ik (pittige) discussies tussen hen. Blazen, krijsen, krabben … Pas na maanden kwam er een soort van wapenstilstand tussen hen. Dat wil zeggen dat de oudste poes de nieuwe poes wel wilde ‘tolereren’. Maar dikke vrienden zijn het nooit geweest, ondanks alle toenaderingspogingen van Polleke.

Ik was dan ook verbaasd toen zich enkele weken geleden het volgende tafereel voltrok. Ik verdacht Polleke ervan ziek te zijn: het zonnetje had al een paar dagen geschenen en normaal gezien geniet ze hier met volle teugen van. Nu echter bleef ze in haar mandje liggen, alsof het haar niet echt interesseerde. En ook haar eetlust was wat minder dan anders. Omdat ze ondertussen toch ook al 10 jaar is, wilde ik haar toch even nakijken. Mijn moeder had ik tijdelijk gebombardeerd tot assistente en terwijl zij Polleke vasthield, kon ik mijn lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hoewel Polleke meestal heel onderdanig is, was ze dit keer toch overtuigd dat protest wel op zijn plaats was. Met geblaas en gesis liet ze weten dat ze die thermometer niet leuk vond. Mieneke, die nog aan het nadenken was of ze niet beledigd moest zijn omdat zíj geen aandacht kreeg op dat moment, sprong in de bres. Met een vlotte sprong belandde ze op de tafel waar ik Polleke aan het onderzoeken was en kwam ze kijken wat er allemaal gebeurde. Eerst dacht ik nog dat het leedvermaak was, tot Mieneke nadrukkelijk met haar neusje mijn hand probeerde weg te duwen die Polleke onderzocht. Het was vertederend om te zien en ik dacht: ze zijn soms wel water en vuur, maar stiekem kunnen ze toch niet zonder elkaar.

Een dag later vond ik de haarbal die Polleke geplaagd had. Ondertussen is ze gelukkig weer de oude. En ook Mieneke bewaakt weer haar grenzen zoals voorheen. Niks lijkt veranderd ten opzichte van vroeger, behalve mijn gevoel. Ik weet nu: als het nodig is, steunen ze elkaar. Vanuit mijn ooghoek zie ik mijn zus die net op bezoek komt. Stiekem moet ik lachen. En ik denk: zo het dier, zo het baasje? Want ook mijn zus en ik kunnen pittige discussies voeren. Maar als het moet, gaan we voor elkaar door het vuur!

Joke Jolling, dierenarts.