Deel 86: Berner Sennen

Puppy
Afgelopen week belde een kersverse eigenaar om een afspraak te maken voor de enting van zijn nieuwe Berner Sennen pup. Net als anders vonden wij het erg leuk dat we hun nieuwe aanwinst mochten gaan ontmoeten. Maar voor deze eigenaar was het nog net iets specialer, omdat zij een half jaar eerder afscheid moesten nemen van hun zeven jaar oude Berner Sennen.

Eind maart stond deze familie op een vrijdagavond in de praktijk met hun doodzieke hond Mylan. Een week daarvoor waren ze al bij een andere dierenkliniek geweest, maar ondanks de voorgeschreven medicatie ging het niet beter met Mylan. Inmiddels was hij zo verzwakt dat hij niet meer op zijn poten kon staan.

Gedurende het onderzoek werd duidelijk hoe ernstig de ziekte van Mylan was. Wat het eerste opviel was dat de kleur van zijn wang en tandvlees was veranderd van roze naar lichtgeel. En behalve pijn in zijn rug had hij ook een dikke buik. De combinatie van het lichtgele wangslijmvlies en de dikke buik maakten mij wantrouwend. Ik wilde graag weten of er zich vocht in de buik bevond. Met een naald prikte ik de buik aan. Helaas werd daarmee mijn vermoeden bevestigd, er kwam bloed uit de buik.

Om te achterhalen hoeveel bloed Mylan inmiddels had verloren werd een bloedonderzoek gedaan. Het aantal rode bloedcellen, die verantwoordelijk zijn voor het zuurstoftransport, was minder dan een kwart van de normale hoeveelheid: 13% terwijl dat normaal tussen de 40 en 55% hoort te liggen. Dit was de reden dat Mylan onvoldoende energie had om overeind te komen.

Moeilijke momenten
Met de eigenaren van Mylan moest ik een ernstig gesprek voeren. Het bloed in de buik en het lage aantal rode bloedcellen in het bloed gaven aan dat Mylan nog maar een kleine kans had om dit ziekbed te overleven. Als ze Mylan een kans wilden geven dan betekende dat een operatie waarbij we in de buik op zoek zouden gaan naar de oorzaak van het bloedverlies. Mylans eigenaren wilden absloluut nog geen afscheid nemen en besloten om het risico aan te gaan.

Zo stonden we vrijdagavond laat aan de operatietafel om een doodzieke hond te helpen. Bij het openen van de buik kwamen we zo’n dertig milliliter bloed tegen. Daarnaast was het meest opvallende dat de lever en de milt gezwollen waren. Door de hoge druk in deze organen was er bloed in de buik gelekt. De kleur van de lever was ook afwijkend, geel in plaats van rood. De oorzaak van die gele kleur lag voor een deel in de galblaas. Die was opgezet en hevig ontstoken. Dit zorgde ervoor dat de galkleurstoffen, die een gele kleur hebben, achterbleven in het bloed terwijl die normaal via de gal moesten worden uitgescheiden. De galblaas verwijderden we tijdens de operatie. Van lever en milt namen we biopten voor verder onderzoek. Alle overige buikorganen die we inspecteerden bleken normaal te zijn. Ondanks zijn slechte toestand werd Mylan goed wakker na de operatie.

Inmiddels was het weekend begonnen en moesten we de oorzaak van Mylans problemen nog aantonen. De biopten werden verstuurd, maar vanwege het weekend werd de uitslag pas vijf dagen later bekend. Mylan deed het redelijk goed. Met het infuus en hoge doseringen van verschillende medicijnen werden de meest waarschijnlijke oorzaken voor zijn ziekte bestreden. Na een dag begon hij weer wat te eten. Alleen lopen was nog een brug te ver. Al die tijd in de opname bleef hij wel vrolijk als er maar iemand met hem kwam knuffelen. Het was nu echter hopen op herstel van zijn rode bloedcellen.

Vier dagen
Dinsdagavond – vier dagen na Mylans operatie - ging het plotseling slechter met hem. Het aantal rode bloedcellen was verder gedaald en zat nu op 10%. Ondanks de ingestelde behandeling daalde het aantal rode bloedcellen dus verder, terwijl het juist zou moeten stijgen. Het enige wat nog geprobeerd kon worden was een bloedtransfusie. In overleg met Mylans eigenaren werd echter eerst besloten om de uitslag van de biopten af te wachten. Het risico was behoorlijk groot dat Mylan zou sterven met zo’n laag aantal rode bloedcellen.

Op woensdag kwamen de uitslagen binnen van de biopten van milt en lever. De patholoog gaf aan dat hier sprake leek te zijn van een chronische leverontsteking (hepatitis). Wij hadden een andere uitslag verwacht. Omdat Mylan nu zo verzwakt was geraakt dachten wij eerder aan een kankersoort die bij de Berner Sennen voorkomt: maligne histiocytose. Een leverontsteking kon niet verklaren waarom Mylan niet beter werd. Daarnaast werd hij al voor een leverontsteking behandeld. We belden diezelfde ochtend met een specialist hepatologie, die eigenlijk bevestigde wat wij dachten. Hier moest meer spelen dan een leverontsteking. Hij stelde voor om door te gaan met de ingestelde behandeling in de hoop dat Mylan daar nog op zou reageren. Maar de prognose was slecht. Wij brachten de eigenaren op de hoogte van ons gesprek met de specialist. Ondanks dat het nu een stuk moeilijker was om de hoop hoog te houden besloten ze uiteindelijk om nog een dag te wachten. Wanneer Mylan dan niet wat opgeknapt zou zijn, zouden ze hem laten inslapen. Die nacht overleed Mylan aan zijn ziekte.

Een half jaar later was het verdriet nog merkbaar bij de eigenaren van Mylan. De nieuwe, vrolijk spelende pup verzachte de pijn voor een groot deel. Ondanks alles blijft er voor Mylan altijd een speciaal plekje bestaan.

Stijn Peters
Dierenarts
Dierenkliniek Brouwhuis

Previous page: Belevenissen | Next page: Deel 136: Punky: de kat met geluid uit zijn oor