Deel 93: Lesgeven

Een middagje lesgeven aan toekomstige dierenarts assistentes

Vandaag heb ik als gastdocent een verhaal verteld over mijn favoriete diersoort “fretten” op de opleiding tot paraveterinair (dierenarts assistente). Ik was uitgenodigd om daar twee keer gedurende een uur over de fret en zijn medische verzorging te vertellen. Ik was erop voorbereid dat mogelijk niet iedereen geïnteresseerd zou zijn in dit onderwerp, want lang niet iedereen krijgt te maken met deze bijzondere dieren. Dat viel gelukkig heel erg mee. Toch viel ik deze middag van de ene in de andere verbazing en besefte ik dat ik in mijn eigen wereldje  -de dierenkliniek-  kennelijk een beschermd, prettig en goed georganiseerd leventje leid.

Ik was er een half uurtje eerder om te controleren of mijn laptop wel goed was aan te sluiten op de beamer en of de filmpjes in mijn presentatie wel goed zouden werken. Ik meldde mij bij de balie. De receptioniste keek mij enigszins vreemd aan. Ze moest toch wel even zoeken voordat ze wist waar ik naartoe moest. Ze vertelde mij dat er niemand was om mij op te vangen en dat ze mij zolang even in de personeelskamer wilde laten wachten tot er iemand zou komen om mij op te halen. ‘Geen punt’ dacht ik. Ik ben een half uur te vroeg en aan een kwartier heb ik ook genoeg om mij voor te bereiden. Gelukkig kwam er na vijf minuten al iemand. Hij vertelde dat hij niet wist hoe of wat en dat de verantwoordelijke personen nu ook niet bereikbaar waren. Gelukkig wilde hij mij wel meenemen naar het klaslokaal waar de presentatie gehouden zou worden. Dat bleek echter in gebruik. Ik vroeg hem of er wel een beamer aanwezig was. Die was er niet. Probleem…. een stuurse computerman van de school werd opgeroepen. Nee… geen beamer in dat klaslokaal en ook niet te regelen. Ik vroeg of ik dan misschien maar weer moest gaan, want zonder beamer kon ik mijn presentatie niet houden. Als ik dat wilde moest ik dat maar doen ….  Gelukkig had ik zelf (voor alle zekerheid) een beamer bij mij.

Om 14.00 uur zou ik mijn verhaal vertellen. Echter het klaslokaal was tot die tijd in gebruik en daarna moest alle apparatuur nog worden opgesteld. Stom dat ik thuis niet even had geoefend met de aansluiting van de beamer. Normaal doen mijn collega’s dat soort dingen. Dus de computerman van de school er weer bij gehaald. Hij keek weer niet blij. Ik vroeg langs mijn neus weg of hij wel plezier had in zijn werk. Hij schoot toch in de lach.

Twintig minuten te laat konden we beginnen. Ik had de studenten al eens bekeken.  Ze waren gezellig aan het kletsen en de helft had de jas nog aan. Opgewekt begon ik: ‘Jongens, trek lekker jullie jas uit dan gaan wij beginnen….’ Dat wilden ze niet, ze hielden liever hun jas aan. Oeps, dat begon lekker. Onderuitgezakt met hun jas aan en de tas voor zich op de tafel zaten de studenten in afwachting naar mij te kijken. Toch maar beginnen. Het liep lekker. Na enige sturing waren de studenten vol aandacht en kon ik ze goed bij het verhaal betrekken. Het was leuk om te doen.

Na het eerste uur wendde ik mij tot de docent die aanwezig was en vroeg of het normaal was dat de studenten hun jas aan hielden. ‘Oh, daar moest ik mij niet over verbazen, ik mocht blij zijn dat ze niet aan het eten waren’, was het antwoord. Ik keek hem verbaasd aan en vroeg of daar dan niets over gezegd werd. Nee, dat gebeurde niet, omdat de docenten het er niet over eens waren of dat nu wel of niet mocht. 
Ik voelde mij als van een andere wereld. Hoe zouden ZIJ zich voelen als ik mijn jas had aangehouden en onderuit gezakt voor hen ging zitten? Ik vertelde hem dat ik het volgende lesuur niet zou accepteren dat er iemand met zijn jas aan de les zou volgen. “Dat lukt u niet “ antwoordde hij. Mijn antwoord was dat ik dan heel duidelijk was…of die leerling eruit of ik zou mijn boeltje pakken. Ik had tenslotte behoorlijk wat energie in deze middag gestoken; een presentatie gemaakt, een uur gereden om er te komen en een middag vrij genomen. En dat alles voor slechts een reiskostenvergoeding. Ik vond dat ik wel enig respect verdiende.

De volgende groep heb ik vervolgens vriendelijk, maar dringend toegesproken dat ik het zeer op prijs zou stellen als zij hun jas zouden uitrekken. Geen enkel probleem… Weer volgde er een leuk uur waarin ik gelukkig de volle aandacht had van de studenten. Een van hen was wat tegendraads en was zich achterin eens lekker aan het uitrekken. Ze vertoonde een totaal ongeïnteresseerde houding. ‘Ze wist het allemaal wel’ was haar antwoord toen ik haar op haar houding aansprak. Ze werkte al in een praktijk waar ze veel met fretten werkte. Ik dacht gelijk oké… laat maar eens zien dan. Ik stelde haar wat vragen waarbij ik er terloops vanuit ging dat ZIJ het wel zou weten. Niet dus…. Ze ging niet teveel af en was weer bij de les.

Na afloop praatte ik nog wat met de leraar en leerlingen over het niet klaarstaan van de spullen en over de stuurse computerman van de school. Het was kennelijk heel normaal dat dit soort dingen gebeurden. Vaak was er ook geen beamer als het echt noodzakelijk was, zoals bij een tentamen.  De school kwam op mij, als buitenstaander, over als slecht georganiseerd. Dat lijkt mij erg demotiverend voor de studenten. Maar ook de studenten hadden weinig respect voor hun docenten. En dat terwijl dit leerlingen zijn die opgeleid worden voor een dienstverlenend beroep. Van hen wordt verwacht dat ze vriendelijk en correct mijn klanten te woord zullen staan. …

Ziet u het voor zich… u komt binnen in onze kliniek en de assistente achter de balie kijkt niet op als u binnenkomt. Ze zit onderuit gezakt en voert met een mond vol kauwgum een privé-gesprek aan de telefoon. Haar voormalig witte jas zit vol met vlekken en lijkt van kreukelstof gemaakt. Op schoot heeft ze haar tas en haar koffiemok staat bovenop de balie. Vervolgens komt een tweede assistente aangelopen. Die sloft zonder u op te merken en met een boterham in de hand achter de balie langs. De dierenarts roept u even later de behandelkamer in en zegt: ‘Hai….., het spijt me, maar vandaag hebben we even geen computer ter beschikking. Gelukkig weet ik nog wel een beetje uit mijn hoofd wat er op de röntgenfoto te zien was en welke medicijnen er zijn gegeven. Wilt u zelf even uw hond van 30 kg. op tafel zetten. Ik krijg het daarvan in mijn rug…..’  Een nachtmerrie voor mij.

Gelukkig weet ik dat deze jonge mensen zich eenmaal in onze praktijk snel aanpassen en geheel ander gedrag vertonen. Toch hebben wij door ervaring geleerd dat het wel belangrijk is om vooraf duidelijke regels te stellen. Die regels lijken voor mij heel normaal, maar lijken toch niet meer gewoon in deze tijd. Respect tonen voor de klanten, je collega’s, maar ook voor de dieren. Dat betekent bij ons een nette witte gestreken jas, geen gymschoenen en die piercing maar even uit je neus halen. Klanten in de wachtkamer opmerken, ze een kopje koffie aanbieden als ze lang moeten wachten. Helpen met een zware zak voer. Bij de dieren in de opname hun urine en ontlasting direct opruimen, ze helpen met eten als dat moeilijk gaat, ze geruststellen als er onderzoeken gebeuren. Vuile karweitjes niet voor je collega laten liggen. Elkaar helpen als het druk is.…

Ik was na deze dag weer zo blij met mijn vriendelijke en hulpvaardige collega’s en  mijn goed georganiseerde kliniek. Ook hier gaat heus weleens wat fout, maar nooit zo dat het frustrerend is. De jonge mensen die ik vandaag heb ontmoet zijn vol van goede wil, maar een beetje losgeslagen. Scholen worden misschien wel teveel door bezuinigingen beknot en kunnen niet geheel meegaan met deze snelle computertijd.

Ik ben echter blij dat mijn dochtertje (hier in Brouwhuis) op een school zit waar iedere dag elk kind bij binnenkomst de juffrouw een hand geeft en vriendelijk wordt begroet. Het zijn dit soort kleine dingen die ze op jonge leeftijd al moeten leren waardoor onderlinge communicatie later zoveel prettiger en makkelijker wordt. Het was een leerzame dag. Niet alleen voor de studenten, maar ook voor mij.

Hanneke Moorman-Roest, dierenarts